Goedkopere medicijnen, uw verzekering en de markt

Half Nederland is in de weer met het uitzoeken van een andere zorgverzekeraar. Kranten staan vol met conflicten tussen verzekeraars en artsen. En er stond weer een stukje in de krant over het voorschrijven van goedkopere medicijnen door huisartsen. Dat zoeken naar een andere verzekering en die goedkopere medicijnen hebben iets met elkaar te maken. Hoe zit dat nou precies?

Patiënten zoeken een goedkopere verzekering maar letten daarbij niet altijd op. Sommige verzekeraars hebben een preferentiebeleid: de verzekeraar bepaalt dat van een groot aantal geneesmiddelen alleen het goedkoopste afgeleverd mag worden aan hun verzekerden. Die middelen zijn allemaal hetzelfde maar van verschillende fabrieken. Eén daarvan is het preferente middel, het middel van voorkeur dus. Doorgaans is dat het goedkoopste middel. Het preferentiebeleid levert geld op en daardoor kan de premie laag blijven en dat is wat de verzekerde wil. Als er meer verzekerden het zo willen, is dat weer goed voor de verzekeraar. Dat heet marktwerking.

De apotheker heeft er niet zo veel mee te maken. Die kijkt of het preferente geneesmiddel deugt en als dat OK is, levert die het preferente middel af. Helaas blijft het preferente middel niet altijd het middel van voorkeur, want een andere fabriek kan het middel wel eens een keer goedkoper gaan produceren en dan krijgt die fabriek de voorkeur. Dat is ook marktwerking. Dan gaat de apotheker dus dat nieuwe preferente middel afleveren. Een ander merk kan wel, maar dan moet de patiënt het zelf betalen, want de verzekering vergoedt het niet.

De huisarts maakt een recept voor een geneesmiddel en in dat recept staat alleen iets over het geneesmiddel zelf, de dosis per tablet of poeder of injectie en hoeveel daarvan ingenomen zou moeten worden door de patiënt. De huisarts schrijft niets over voorkeur voor een bepaalde fabriek en ook niet over de prijs. Eerlijk gezegd hebben huisartsen daar niet zo veel verstand van. Dat hoeft ook niet want daar is de apotheker voor.

Als het nou weer eens voorkomt, dat u weer een ander merk van hetzelfde middel heeft gekregen en u wilt daarover klagen, naar wie moet u dan gaan? De dokter, die niet eens opschrijft welk merk u moet hebben? De apotheker die volgens de regels van de verzekeraar aflevert? De verzekering die het prefentiebeleid voert? Of spreekt u uzelf aan, omdat u die verzekering met preferentiebeleid heeft gekozen toen u de markt afzocht naar een passende verzekering?

Als u problemen heeft met een preferent medicijn, stuurt de verzekering u naar de huisarts. Snapt u dat nou? Wij huisartsen niet. De Oldenzaalse huisartsen stappen uit deze mallemolen. We worden daarin gesteund door onze beroepsgroep. Als u problemen heeft met het preferentiebeleid, kunt u het beste naar uw verzekeraar stappen. Die heeft voor het beleid gekozen en u heeft voor uw verzekeraar gekozen. Leest u bijgaande brief ook nog eens door.

Sommige patiënten komen toch nog langs om een extra verklaring op het recept. Zij hebben last van bijwerkingen bij bepaalde merken. Huisartsen geloven natuurlijk dat de patiënt last heeft van het middel en dat geldt voor iedereen die met klachten komt. Huisartsen zouden kunnen kiezen om voor iedereen met klachten een verklaring te maken of voor niemand. Wij kiezen voor voor niemand. Daarom heeft het ook geen zin om de huisarts er op aan te spreken.

 

 

Trefwoorden: