De folders van Het Nederlandse Huisartsengenootschap (NHG)
Op deze pagina staan de teksten van folders die uw huisarts u kan meegeven
naar aanleiding van een klacht, waarmee u op het spreekuur bent gekomen.
Het kan interessant zijn om een tekst eens te lezen, als u een aandoening
hebt, die hier genoemd wordt. Het is eigenlijk niet de bedoeling, dat de
tekst los wordt gezien van de uitleg die u tijdens het spreekuurbezoek hebt
gekregen.
Het is ook niet de opzet, dat u hier een diagnose kunt stellen aan de hand
van een folder.
Aambeien
Wat zijn het?
Aambeien zijn uitstulpingen van het slijmvlies aan de binnenkant van de darm, vlak voor de anus (poepgaatje). Ze kunnen jeuken, een branderig gevoel geven of pijn doen. Aambeien zorgen soms voor verlies van een klein beetje bloed, slijm of ontlasting. Soms zakken ze met de ontlasting naar buiten; dat geeft een vervelend, drukkend gevoel.
Waardoor komt het?
Aambeien ontstaan door een hoge druk in de anus en omgeving. Deze hoge druk kan vooral ontstaan door hard persen bij de ontlasting of bij een bevalling. Ook langdurig hoesten zorgt voor druk.
Kan het kwaad?
Hoewel aambeien vervelende klachten kunnen geven, zijn ze onschuldig en verdwijnen ze vaak vanzelf.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- U kunt ervoor zorgen dat de ontlasting zacht is: drink veel, zorg voor lichaamsbeweging en gebruik vezelrijke voeding. Bruin brood, zemelen, groente en vruchten bevatten veel vezels. Die vezels trekken vocht aan en zorgen ervoor dat de ontlasting zacht blijft. Ga bij aandrang direct naar het toilet; ophouden maakt de ontlasting hard. Kracht zetten is eigenlijk nooit goed, de ontlasting moet rustig ‘passeren’.
- Bij irritatie of jeuk rond de anus kunt u beter geen wc-papier gebruiken, maar een nat washandje of vochtige toiletdoekjes.
- Soms helpt het om uitstulpingen die naar buiten zakken voorzichtig naar binnen te duwen.
- Aambeienzalf kan pijn of jeuk verzachten; het is bij de drogist te koop.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als er bloed of slijm bij de ontlasting zit en u niet zeker weet of het door aambeien komt;
- als u ondanks de opgevolgde adviezen pijn of problemen met de ontlasting blijft houden;
- als in korte tijd een uitstulping bij de anus ontstaat die erg gezwollen is en veel pijn doet;
- als u denkt een aambei te voelen, maar hierover twijfelt.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Blaasontsteking
Wat is het?
De blaas is de opslagplaats voor urine en zit onderin de buik. Via de urinebuis kan de urine naar buiten. Bij een blaasontsteking is de wand aan de binnenkant van de blaas ontstoken. Soms is ook de urinebuis ontstoken.
Een blaasontsteking geeft meestal pijn bij het plassen. Het kan zijn dat u vaak naar het toilet moet en dan telkens een klein beetje plast. Sommige mensen hebben aldoor het gevoel dat ze moeten plassen. Een blaasontsteking kan een drukkend of pijnlijk gevoel in uw onderbuik of in uw zij veroorzaken. De urine ruikt soms onaangenaam of is troebel. Soms zit er bloed in de urine.
Waardoor komt het?
Een blaasontsteking ontstaat meestal door bacteriën. Vrouwen hebben vaker blaasontsteking dan mannen, omdat vrouwen een kortere urinebuis hebben. Daardoor kunnen bacteriën van buitenaf bij vrouwen gemakkelijker de blaas binnendringen. Mensen die hun blaas niet goed kunnen leegplassen, bijvoorbeeld mannen met een vergrote prostaat of vrouwen met een verzakking, hebben meer kans op een ontsteking. Bij hen blijft er telkens een beetje urine in de blaas achter, waarin bacteriën zich kunnen vermenigvuldigen. Het is niet waarschijnlijk dat u van kou of tocht een blaasontsteking kunt krijgen.
Kan het kwaad?
Een blaasontsteking is een vervelende en pijnlijke kwaal. Over het algemeen is een blaasontsteking goed te behandelen. Bij kinderen kan de ontsteking veroorzaakt worden door een afwijking van de urinewegen. Bij mannen gaat een blaasontsteking vaak samen met een ontsteking van de prostaat.
Wat kunt u er zelf aan doen?
-
Om een blaasontsteking te voorkomen, is het belangrijk voldoende te
drinken.
Probeer twee liter per dag te drinken. - Door regelmatig te plassen, spoelt u bacteriën naar buiten. Plas uw blaas altijd goed leeg.
- Bij sommige vrouwen komt een blaasontsteking minder snel terug als ze plassen na het vrijen.
Wanneer naar de huisarts?
Mannen met klachten die op een blaasontsteking wijzen, moeten altijd contact met de huisarts opnemen.
Ook als u denkt dat uw kind een blaasontsteking heeft, moet u contact met de huisarts opnemen.
Vrouwen die denken een blaasontsteking te hebben, hoeven niet altijd naar de huisarts. Zij moeten wel contact opnemen met de huisarts als ze zwanger zijn. Als de klachten pijnlijk zijn of langer dan een week duren, ondanks het toepassen van de adviezen, moeten ook vrouwen contact met de huisarts opnemen. Als er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Wanneer u met de genoemde klachten naar de huisarts gaat, moet u urine
meenemen. Zorg dat u het middelste deel van uw plas opvangt: plas eerst en
beetje in het toilet en vang daarna wat urine op in een schoon potje.
Vrouwen moeten hierbij de schaamlippen gespreid houden, mannen moeten eerst
de voorhuid terugtrekken. Sluit het potje goed af.
De urine moet bij voorkeur binnen twee uur na het plassen worden
onderzocht. Als het u niet lukt de urine op tijd te brengen, bewaar het dan
in de koelkast. In de koelkast blijft de urine 24 uur geschikt voor
onderzoek.
Een bloedneus
Wat is het?
Iedereen weet wat een bloedneus is: opeens loopt er bloed uit de neus. Het kan uit één neusgat komen, maar ook uit allebei. Bij een bloedneus proeft u vaak de smaak van bloed omdat neus en mond via de neus- en keelholte met elkaar in verbinding staan.
Waardoor komt het?
De oorzaak van een bloedneus is bijna altijd onschuldig. Het slijmvlies dat
de binnenkant van de neus bekleedt, is dun en vrij teer. Door het
slijmvlies lopen veel bloedvaatjes. Als zo'n bloedvaatje stuk gaat, kan dat
een bloedneus geven. Een tik op de neus of peuteren in de neus kan een
bloedvaatje beschadigen. Kleine kinderen stoppen wel eens iets in hun neus
wat een wondje veroorzaakt, bijvoorbeeld een steentje. Sommige mensen
krijgen een bloedneus, zonder dat er een aanleiding voor lijkt te zijn. Het
slijmvlies wordt extra kwetsbaar als de lucht erg droog is of als u
verkouden bent. Oudere mensen hebben wat zwakkere bloedvaatjes door
slijtage.
Bloedverdunnende medicijnen kunnen een rol spelen; ze maken dat het bloed
minder snel stolt. Een kapot bloedvaatje bloedt dan langer door dan
normaal.
Kan het kwaad?
Als u een bloedneus heeft, kan er flink wat bloed uit uw neus stromen, maar het is helemaal niet zo ernstig als het eruit ziet. Een bloedneus kan zelden kwaad.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Het eerste wat u moet doen om de bloeding te stoppen, is rustig gaan zitten en flink uw neus snuiten. Daarna knijpt u uw neus minstens tien minuten lang dicht, vlak onder het neusbeen, waar het zachte deel van de neus begint. Hierbij kunt u uw hoofd het beste licht voorover buigen. U ademt rustig door uw mond. Zo gaan bijna alle bloedneuzen over.
Als u vaak een bloedneus hebt, kunt u het beste zachtjes snuiten en niet meer in de neus peuteren. Zorg dat de lucht in uw huis niet te droog is. In de winter kunt u bijvoorbeeld vochtige handdoeken over de verwarming hangen of bakjes water op de verwarming zetten.
Wanneer naar de huisarts?
U kunt contact opnemen met uw huisarts:
- als het bloeden doorgaat nadat u tien minuten de neus dichtgeknepen heeft;
- als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt en wel eens een bloedneus heeft;
- als u regelmatig een bloedneus heeft, terwijl u niet peutert en altijd zachtjes snuit.
Brandwonden
Wat zijn het?
Als u zich ergens aan brandt, ontstaat op die plek een brandwond. Er zijn verschillende soorten brandwonden. Een eerstegraads brandwond is een rode, droge, pijnlijke plek. Een tweedegraads brandwond is ook rood en pijnlijk; de plek is vochtig en soms ontstaan er blaren. Een derdegraads brandwond is geelwit van kleur en doet geen pijn, terwijl het juist een ernstige verbranding is. De brandwond is zo diep dat de zenuwuiteinden in de huid vernietigd zijn. Daardoor voelt u geen pijn meer. Als de huid nog erger verbrandt, ontstaan er zwarte plekken. Dit heet verkoling.
Waardoor komt het?
Veel brandwonden ontstaan door contact met heet water of vet: een theepot of frituurpan die omvalt, badwater dat te heet is of spetterende bakboter. Een vlam aanraken of een hete ovenschaal met de blote hand aanpakken, zijn eveneens bekende oorzaken. U kunt zich ook verbranden door elektriciteit. Uw keel en longen kunnen verbranden door het inademen van stoom of hete lucht. Ook de (hoogte)zon kan voor verbranding zorgen. (In de folder 'Zonnebrand' leest u meer hierover.)
Kan het kwaad?
Een verbranding geeft meestal schrik en pijn. De ernst van een brandwond is niet alleen afhankelijk van de diepte van de verbranding. Ook de omvang van de wond telt mee. Verbranding van een groot deel van het lichaam, zoals de hele rug of een been, kan gevaarlijk zijn. Uit grote brandwonden loopt veel vocht, waardoor het risico bestaat op uitdroging van het lichaam. Infecties kunnen een brandwond ernstiger maken. De huid beschermt het lichaam tegen bacteriën. Als er veel huid verbrand is, kunnen bacteriën gemakkelijk een infectie veroorzaken. Eerste- en tweedegraads brandwonden genezen bijna altijd zonder littekens. Diepere brandwonden kunnen wel littekens geven. Door deze littekens kan de huid vergroeien. Soms kan daardoor het bewegen van een gewricht moeilijk worden.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- U kunt veel doen om verbrandingen te voorkomen. Zet pannen bijvoorbeeld achterop het fornuis, vooral als u kleine kinderen heeft. Zet een hete theepot niet op de rand van een tafel, maar in het midden. Gebruik goede ovenhandschoenen in plaats van een oude pannelap. Zo kunt u zelf allerlei maatregelen bedenken om ongelukjes te voorkomen.
- Bij een verbranding is direct koelen onder stromend water heel erg belangrijk. Afkoeling remt de verbranding. De schade blijft dan beperkt. Houd de brandwond minstens twintig minuten onder de kraan of douche. Gebruik koud tot lauwwarm water. IJskoud water geeft kans op onderkoeling. Als er geen stromend water is, kunt u natte lappen gebruiken. Zelfs onderdompelen in een sloot is beter dan niets doen.
- Laat kleding die aan de brandwond kleeft, gewoon zitten. De huid beschadigt als u de kleding lostrekt. Bovendien verliest u er kostbare seconden mee.
- Raak een brandwond zo min mogelijk aan, om de kans op een infectie klein te houden. Smeer geen zalf op de brandwonden. Een droge, rode plek hoeft u niet af te dekken. Als de wond open is of als er blaren zijn, doe er dan verband, een schone theedoek of een schoon laken op, zodat er geen vuil bij kan komen.
Wanneer naar de huisarts?
Bij verbranding is koelen erg belangrijk. Pas daarna moet u uw huisarts raadplegen:
- als er een geelwitte droge plek ontstaat die geen pijn doet;
- als u een vochtige, rode brandwond of blaar in uw gezicht, op uw handen of op uw geslachtsdelen heeft;
- als een brandwond groter is dan de handpalm van degene die zich gebrand heeft;
- als er na enkele dagen geelgroen vocht uit de brandwond komt;
- als een baby of kleuter een brandwond heeft.
Bij een mogelijke inwendige verbranding door het inademen van stoom of hete lucht, moet u direct contact opnemen met de huisarts.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Diarree
Wat is het?
Diarree is waterige, dunne ontlasting die vaker komt dan gewone ontlasting.
Na een of twee dagen is diarree meestal over, maar het kan soms ook langer
duren. Diarree kan buikkrampen veroorzaken.
Bij baby's en peuters gaat het vaak samen met overgeven.
Waardoor komt het?
In de darmen wordt het voedsel verteerd. Het lichaam neemt via de darmwand voedingsstoffen en vocht uit het voedsel op. Wat overblijft van het voedsel verlaat het lichaam als ontlasting.
Diarree ontstaat meestal door virussen of bacteriën. Deze
ziekteverwekkers komen het lichaam binnen via besmet water of bedorven
voedsel. U kunt ook besmet raken door contact met ontlasting van iemand die
diarree heeft.
In de darmen zorgen de ziekteverwekkers voor een ontsteking van de
darmwand. De darmwand geeft altijd een beetje vocht af, maar bij een
ontsteking meer dan normaal. Bovendien kan de darmwand bij een ontsteking
moeilijk vocht of voedingsstoffen opnemen. Vocht en voedingsstoffen komen
dan als heel dunne ontlasting naar buiten.
Kan het kwaad?
Het is vervelend om diarree te hebben, maar het kan meestal geen kwaad. Wel verliest u met diarree meer vocht dan bij normale ontlasting. Daarom is extra drinken belangrijk. Als u ook nog moet overgeven of koorts heeft, verliest u nog meer vocht. Als iemand te veel vocht verliest, kan het lichaam uitdrogen. Dat kan gevaarlijk zijn. Vooral baby’s en bejaarden kunnen snel uitdrogen.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Er is geen behandeling waardoor diarree sneller overgaat. Het is wel heel belangrijk dat u meer drinkt dan normaal.
- Drink elke keer nadat u waterige ontlasting heeft gehad een glas van een drank die u lekker vindt. Als u ook nog overgeeft, is drinken extra belangrijk. Als u veel tegelijk drinkt, kunt u misschien gaan overgeven. Drink daarom telkens een klein beetje, bijvoorbeeld elke vijf minuten een of twee slokken. Ook al moet u na het drinken weer overgeven, u houdt altijd een beetje vocht binnen. Zodra het overgeven minder wordt, kunt u geleidelijk aan wat grotere hoeveelheden tegelijk gaan drinken. U hoeft dan ook niet meer zo vaak te drinken.
- Bij heftige diarree kunt u een speciaal drankje maken om uitdroging tegen te gaan. U maakt dit met een speciaal oplospoeder (ORS-poeder) dat bij de apotheek of drogist te koop is.
- De eetlust is meestal minder als u diarree hebt. Dat kan geen kwaad. Zodra u zin heeft, kunt u geleidelijk aan weer gaan eten. Een speciaal dieet is niet nodig.
- Als u koorts heeft en u zich ziek voelt, kan bedrust u goed doen.
- Was uw handen als u naar het toilet bent geweest en voor het eten. Ook voordat u eten gaat klaarmaken, moet u uw handen wassen.
- Was gebruikt eet- en drinkgerei goed af. Besmetting kan via speeksel plaatsvinden.
- Nadat kinderen met diarree naar het toilet zijn geweest of een schone luier hebben gekregen, moet u controleren of er geen ontlasting aan hun kleren of handen is gekomen. Ook moet u daarna uw eigen handen goed wassen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem bij diarree contact op met uw huisarts:
- als u voortdurend buikpijn heeft in plaats van buikkrampen;
- als de diarree na een week niet minder is geworden;
- als u diarree heeft en elk slokje water weer uitbraakt;
- als er bloed of slijm bij de ontlasting zit;
- als u suf of verward bent of de neiging heeft tot flauwvallen;
- als u een dag niet meer hebt geplast.
Bij een kind met diarree dat jonger is dan twee jaar, moet u direct contact met de huisarts opnemen:
- als het kind aldoor blijft huilen;
- als het langer dan twaalf uur waterdunne diarree heeft;
- als het niet wil drinken;
- als het suf wordt;
- als het een dag niet meer heeft geplast;
- als het steeds overgeeft.
Mensen boven de 70 jaar met diarree moeten direct contact met de huisarts opnemen:
- als ze langer dan 24 uur waterdunne diarree hebben;
- als ze koorts hebben;
- als ze voortdurend buikpijn hebben in plaats van buikkrampen;
- als ze elk slokje water weer uitbraken;
- als er bloed of slijm bij de ontlasting zit;
- als ze suf of verward zijn of de neiging hebben tot flauwvallen;
- als ze een dag niet meer hebben geplast;
- als ze plaspillen gebruiken.
Griep
Wat is het?
Bij verkoudheid wordt vaak over griep of grieperigheid gesproken, maar 'echte' griep is iets anders. Deze folder geeft informatie over echte griep, ook wel 'influenza' genoemd.
Griep begint vaak plotseling met hoge koorts en koude rillingen. Alles doet pijn; vooral keel, hoofd, armen en benen. Een droge hoest en een loopneus horen er ook bij. Elk jaar krijgt ruim één op de tien mensen griep, meestal in de winter. U kunt het elk jaar opnieuw krijgen. Griep is een besmettelijke ziekte en verspreidt zich vaak snel door het land. Als veel mensen tegelijk griep hebben, spreken we van een epidemie.
Waardoor komt het?
Griep wordt veroorzaakt door het influenza-virus. Een virus is een ‘beestje’ dat zo klein is dat het onzichtbaar is. Het influenza-virus zit in de luchtwegen en veroorzaakt daar een infectie die ook op de rest van het lichaam uitwerking heeft. Griepvirussen gaan gemakkelijk over van de één naar de ander. Dicht bij elkaar praten of hoesten of elkaar een hand geven kan al voor besmetting zorgen.
Kan het kwaad?
U kunt zich flink ziek voelen door griep, maar gelukkig gaat het meestal vanzelf over. De koorts en pijn verdwijnen na drie tot vijf dagen. Het duurt soms een paar weken voordat u zich weer helemaal de oude voelt.
Sommige mensen lopen meer risico op complicaties als ze griep krijgen; zij behoren tot een ‘risicogroep’. Risicogroepen bij griep zijn:
- mensen met een hart- of longziekte en mensen met suikerziekte: zij hebben kans op verergering van hun ziekte;
- nierpatiënten en mensen die weinig afweer hebben door ziekte of medische behandeling: hun lichaam is kwetsbaar, waardoor de gevolgen van griep ernstiger kunnen zijn;
- mensen van 65 jaar en ouder.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Bij hoge koorts transpireert u veel. Dan is het goed om veel te drinken, om het vocht in uw lichaam op peil te houden.
- Het is aan te raden om rust te nemen. U hoeft niet per se in bed te blijven, maar lichamelijke inspanning kunt u beter vermijden.
- Voorkom afkoeling als u naar buiten gaat: kleed u op het weer.
- Er zijn geen geneesmiddelen die de griep kunnen genezen, ook penicilline niet. Tegen koorts en pijn kunt u wel iets nemen, bijvoorbeeld paracetamol.
- U kunt contact opnemen met de doktersassistente als u meer wilt weten over de behandeling van griep.
Wanneer naar de huisarts?
Soms gaat griep niet vanzelf over. Er kunnen andere ziektes bijkomen, die wèl behandeld moeten worden, zoals longontsteking. In de volgende gevallen is het goed om contact met de huisarts op te nemen:
- als u kortademig wordt;
- als er veel slijm loskomt bij het hoesten;
- als de koorts langer dan vijf dagen aanhoudt;
- als u opnieuw koorts krijgt, nadat u koortsvrij bent geweest.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Mensen uit een risicogroep kunnen altijd contact met hun huisarts opnemen als ze denken griep te hebben. Het is nog beter van tevoren een griepprik te halen.
De griepprik
De griepprik kan griep in de meeste gevallen voorkomen. Als u toch griep krijgt, dan zorgt de prik ervoor dat de ziekte minder ernstig verloopt. Voor mensen die extra risico lopen, is het absoluut aan te raden elk jaar een griepprik te halen. De doktersassistente kan u vertellen of u voor een griepprik in aanmerking komt. De prik moet elk jaar opnieuw gegeven worden; de beste tijd is eind oktober of begin november. De prik geeft soms een dag wat pijn in uw arm, maar u kunt er niet ziek van worden. Als u tot een risicogroep behoort wordt uw prik vergoed.
Hoesten
Wat is het?
Hoesten is een natuurlijke manier van het lichaam om de luchtwegen schoon
te maken. Als u slijm ophoest, verwijdert dat rookdeeltjes, stof en slijm
uit uw luchtpijp, keel of longen.
Soms moet u hoesten zonder dat er slijm vrijkomt. We spreken dan van een
droge hoest of kriebelhoest.
Waardoor komt het?
Aan de binnenkant van uw luchtwegen zit slijmvlies. Als het slijmvlies wordt geprikkeld, maakt het extra slijm en moet u hoesten. Rook, stof en chemische stoffen, zoals chloor en ammoniak, kunnen prikkeling geven. Ook een ontsteking van de luchtwegen, bijvoorbeeld door een verkoudheid, geeft prikkeling. Het gevolg van veel hoesten is vaak een schrale keel. Ook deze schrale keel kan weer een hoestprikkel geven.
Voor een droge hoest is vaak geen oorzaak aan te wijzen.
Kan het kwaad?
Zo nu en dan eens hoesten is volkomen normaal. Ook vaak hoesten is meestal onschuldig en gaat bijna altijd binnen twee tot drie weken vanzelf over. U kunt opgehoest slijm gerust inslikken. Dit gaat niet terug naar de luchtwegen, maar verlaat het lichaam met de ontlasting.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Zorg voor schone lucht in uw woon- en werkomgeving en vermijd slecht geventileerde of rokerige ruimtes.
- Vastzittend slijm kan een vervelend gevoel geven. Stomen met heet water kan ervoor zorgen dat het loskomt. Doe in het water geen menthol, eucalyptus of kamille; dat kan juist prikkelend werken. Iets warms drinken helpt soms ook om het slijm los te maken.
-
Bij een pijnlijke of schrale keel kunnen huismiddeltjes soms helpen.
Bijvoorbeeld een eetlepel honing in de mond laten smelten, iets warms
drinken of op een dropje zuigen.
De meeste middelen die u bij drogist of apotheek kunt kopen, werken niet beter dan dit soort huismiddeltjes. - Hoesten gaat vaak samen met verkoudheid. In dat geval is het goed om uw neus open te houden door te druppelen met zout water. Eén theelepel zout in een limonadeglas lauw water is de goede verhouding. Druppel zo vaak als nodig is om uw neus open te houden.
- Bij kriebelhoest geeft een lepel honing of een dropje wel eens verlichting. Bij sommige mensen helpen drankjes die hoestprikkels tegengaan; deze zijn zonder recept verkrijgbaar bij apotheek of drogist. Als er veel slijm in uw luchtwegen zit, kunt u het hoesten beter niet onderdrukken met dergelijke drankjes, want dat houdt de natuurlijke schoonmaak van de luchtwegen tegen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u langer dan drie weken hoest;
- als u benauwd bent of piepend ademt;
- als u bloederig slijm ophoest;
- als u naast het hoesten langer dan drie dagen koorts heeft (meer dan 38ºC).
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Hoge bloeddruk
Wat is het?
Het hart pompt bloed in de bloedvaten door zich afwisselend samen te
trekken en te ontspannen. Dit geeft een bepaalde druk in de bloedvaten en
dat noemen we de bloeddruk. U voelt niet of uw bloeddruk hoog is.
Dat is alleen te meten met een bloeddrukmeter. De bloeddruk wordt
uitgedrukt in twee getallen. Het eerste getal is de 'bovendruk': de druk
wanneer het hart zich samentrekt.
Het tweede getal is de 'onderdruk': de druk wanneer het hart zich
ontspant. Voor de bovendruk is een getal lager dan 160 normaal. Voor de
onderdruk is een getal lager dan 95 normaal.
De bloeddruk wisselt voortdurend, afhankelijk van lichaamshouding, activiteiten en spanningen. Daarom is één meting niet voldoende om vast te stellen of uw bloeddruk te hoog is. Voor een juiste indruk zijn minstens drie metingen nodig, verspreid over enkele maanden. Hoge bloeddruk wil zeggen dat de onderdruk gemiddeld 95 of hoger is. Ook de bovendruk kan te hoog zijn.
Waardoor komt het?
Het is niet helemaal duidelijk waardoor een hoge bloeddruk wordt veroorzaakt. Een hoge bloeddruk is soms het gevolg van een lichamelijke afwijking, maar bij de meeste mensen met hoge bloeddruk wordt nooit een oorzaak gevonden. In sommige families komt het meer voor dan in andere.
De volgende factoren kunnen een rol spelen bij een verhoogde bloeddruk: overgewicht, veel zoutgebruik, het eten van veel drop (ook zoete) en het drinken van meer dan twee glazen alcohol per dag (vooral bij rokers).
Kan het kwaad?
Het is niet goed als uw bloeddruk jarenlang te hoog is. Hoge bloeddruk zelf is geen ziekte, maar het geeft wel meer kans op hart- en vaatziekten. Het risico op hart- en vaatziekten wordt echter niet alleen door de bloeddruk bepaald. Roken en suikerziekte hebben er bijvoorbeeld veel meer invloed op. Verder is het voor het risico op hart- en vaatziekten van belang of deze ziekten in uw familie voorkomen.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Niet roken is heel belangrijk voor uw hart en vaten.
- Drink niet meer dan twee glazen alcohol per dag.
- Eet gevarieerd, niet te veel, niet te zout en niet te vet. Neem elke dag groente, fruit en melkprodukten.
- Eet niet te veel drop.
- Neem voldoende lichaamsbeweging; dat is goed voor uw bloeddruk en voor uw gewicht.
- Zorg voor voldoende ontspanning en afleiding.
Wanneer naar de huisarts?
Het is goed om bij uw huisarts uw bloeddruk een keer te laten controleren:
- als uw bloeddruk nog nooit gemeten is en u ouder dan 60 bent;
- als u familieleden (ouders, broers of zussen) heeft die vóór hun zestigste jaar een hart- of vaatziekte hadden;
- als u een hart- of vaatprobleem heeft;
- als bij u eerder een hoge bloeddruk is vastgesteld.
Als u wilt weten hoe hoog uw bloeddruk is, kunt u uw huisarts of de praktijkassistente vragen uw bloeddruk te meten. Als deze normaal is, hoeft u uw bloeddruk voorlopig niet meer te laten meten.
Hoofdluis / Schaamluis
Wat zijn het?
Hoofdluizen en schaamluizen zijn witachtige insekten van twee tot vier millimeter groot. Hoofdluizen en schaamluizen zijn familie van elkaar. Luizen kruipen langzaam rond over de huid en de haarwortels en dat veroorzaakt jeuk. Met enige moeite kunt u ze vinden. Ze kunnen niet springen. Hoofdluizen zitten in het hoofdhaar. Schaamluizen zitten meestal in het schaamhaar en soms in het borst- of buikhaar. Luizen leggen eitjes die ze vastplakken aan de haren, vlak bij de huid. De eitjes komen na één week uit. Luizen voelen zich het prettigst op een warme, behaarde huid. Op andere plaatsen gaan ze snel dood. De eitjes hoeven niet per se op het lichaam te zitten om lang in leven te blijven; die kunnen beter tegen de kou. Hoofdluizen worden ook wel 'pietjes' genoemd. Een andere naam voor schaamluizen is 'platjes'. De eitjes noemen we 'neten'.
Hoe krijgt u ze?
Mensen kunnen hoofdluizen aan anderen doorgeven als hun hoofden elkaar raken. Ook via jassen die tegen elkaar hangen, kunnen hoofdluizen van de ene persoon bij de ander terechtkomen. Op scholen verspreiden hoofdluizen zich gemakkelijk onder kinderen. Hoofdluizen kunnen ook via een kussensloop ‘overlopen’.
Schaamluizen kunnen van de ene mens naar de andere kruipen tijdens het vrijen. Condooms bieden geen bescherming tegen schaamluizen. U kunt ze ook krijgen als u in één bed slaapt met iemand die schaamluizen heeft.
Kan het kwaad?
Luizen veroorzaken alleen jeuk en kunnen geen kwaad.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Behaarde plekken die steeds weer jeuken, moet u zorgvuldig nakijken bij goed daglicht. Luizen bestrijdt u door een combinatie van wassen en kammen. Was het haar met een speciale lotion (met malathion). Herhaal de wasbeurt na zeven dagen. Neten kunnen de wasbeurt soms overleven en later uitkomen. Daarom moet u het haar tot veertien dagen na begin van de behandeling dagelijks uitkammen met een plastic stofkam. Lotion en plastic stofkam kunt u kopen bij de drogist of apotheek. Het heeft geen zin de lotion uit voorzorg te gebruiken.
- Kammen en borstels moet u minstens een uur laten weken in luizenbestrijdingsmiddel.
- Was kleding (jassen, sjaals en mutsen), beddengoed en knuffels op minimaal 60 graden. Wat niet gewassen kan worden, minimaal een week in een afgesloten plastic zak of 24 uur in de diepvries bewaren; daarna goed uitkloppen of uitborstelen. U kunt deze maatregelen het beste bij alle huisgenoten nemen. Het meubilair één keer stofzuigen is voldoende.
- Als u hoofdluizen ontdekt bij uw kind, controleer dan het hele gezin en meld dat dan ook op school. Dan kunnen anderen ook maatregelen nemen en krijgt uw kind niet telkens opnieuw luizen. Op elke school komen wel eens hoofdluizen voor. Onderwijzers kijken er niet vreemd van op.
- Bij schaamluizen kunt u eventueel het schaamhaar afscheren; daarmee verdwijnen de meeste neten. Wassen met lotion blijft ook dan nodig. Houd er rekening mee dat schaamluizen ook kunnen zitten in het haar op de onderbuik, aan de binnenkant van de dijen en tussen de billen. Als uw partner schaamluizen heeft, moeten deze ook worden behandeld.
Wanneer naar de huisarts?
Voor hoofd- en schaamluizen hoeft u niet naar de huisarts. Ga wel naar de huisarts als u vermoedt dat u behalve schaamluizen ook een andere seksueel overdraagbare aandoening heeft. U leest hierover meer in de folder 'Seksueel overdraagbare aandoeningen'.
Hoofdpijn
Wat is het?
Bijna iedereen heeft wel eens hoofdpijn. Soms duurt het heel kort, maar er
zijn ook mensen die bijna voortdurend hoofdpijn hebben. Er zijn veel
soorten hoofdpijn. De twee meest voorkomende soorten zijn
spanningshoofdpijn en migraine.
Deze folder gaat voornamelijk over deze twee soorten hoofdpijn.
Spanningshoofdpijn geeft meestal een gevoel alsof er een strakke band om het (voor-)hoofd zit. Het begint geleidelijk en gaat ook geleidelijk weer weg. Het kan heel kort duren, maar ook dagen, soms weken, aanhouden. Nek en schouders zijn vaak ook pijnlijk en gespannen.
Migraine is een matige of heftige, bonzende hoofdpijn die bijna altijd samengaat met misselijkheid of braken. De pijn zit meestal maar aan één kant van het hoofd. Vaak kondigt een migraine-aanval zich kort van tevoren aan. U ziet dan bijvoorbeeld schitteringen of bepaalde lichtfiguren. Sommige mensen ruiken typische geuren vlak voor een aanval. Tijdens de aanval worden licht en geluid dikwijls slecht verdragen. Een migraine-aanval duurt niet bij iedereen even lang: het varieert van een halve dag tot twee dagen.
Waardoor komt het?
Bij spanningshoofdpijn zijn de spieren van schedel, nek en schouders vaak gespannen. Soms komt dat door spanningen thuis, op school of op het werk. Spanningshoofdpijn kan ook komen door een verkeerde houding of door te weinig wisselen van houding. Als u bijvoorbeeld de hele dag in één houding zit te typen, kan dat spierspanning in uw nek en schouders geven. Ook een in elkaar gezakte houding of slapen op een slecht kussen kunnen spierspanning en hoofdpijn geven.
De oorzaak van migraine is niet bekend. Het lijkt dat sommige mensen aanleg
hebben voor migraine. Migraine kan door spanning en vermoeidheid worden
uitgelokt. Sommige migrainepatiënten noemen het verband met rode wijn,
kaas, chocolade, citrusvruchten, vleesproducten en Chinese gerechten.
Vrouwelijke hormonen spelen een rol: de menstruatiecyclus en 'de pil'
kunnen invloed hebben op het ontstaan van migraine-aanvallen.
Ook bij andere soorten hoofdpijn kan er een verband zijn met werk- of
leefomstandigheden.
Er bestaat bijvoorbeeld hoofdpijn die ontstaat tijdens ontspanning; iemand
krijgt dan na een drukke werkweek in het weekend opeens hoofdpijn. Iemand
die op zijn werk veel koffie drinkt, kan in het weekend hoofdpijn krijgen
als hij dan veel minder koffie drinkt. Wonen of werken in een slecht
geventileerde ruimte kan hoofdpijn geven. Hoofdpijn kan ook voorkomen bij
mensen die slecht zien en bij mensen met gebitsproblemen. Ook verkoudheid,
griep of een slechte nachtrust kunnen hoofdpijn geven.
Kan het kwaad?
Hoofdpijn kan zeer hinderlijk zijn. Het kan u volledig uitschakelen. Toch brengt zelfs zware migraine de hersenen geen schade toe. Hoofdpijn wordt nogal eens ten onrechte in verband gebracht met een hoge bloeddruk, een beroerte of een zeldzame aandoening zoals een hersengezwel. Zeer zelden komt hoofdpijn door deze aandoeningen.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Het is moeilijk om een advies te geven dat voor alle soorten hoofdpijn
geldt. Frisse lucht, een goede nachtrust en voldoende ontspanning zijn
altijd van belang. Verder is het belangrijk te achterhalen wat bij u de
hoofdpijn uitlokt. De beste manier om daarachter te komen, is het bijhouden
van een hoofdpijndagboek. Daarin schrijft u elke dag op wat u gedaan heeft,
wat u gegeten heeft, wanneer de hoofdpijn opkwam en hoe erg de hoofdpijn
was. U kunt dit doen door een cijfer van 0 tot 10 te geven, waarbij 10 de
ergste hoofdpijn is. Op deze manier kunt u achterhalen of bij u koffie,
roken, lang in één houding werken of iets anders de hoofdpijn
uitlokt.
Let bij spanningshoofdpijn op uw (werk)houding en probeer deze zo nodig te
veranderen. Soms helpt het als u bijvoorbeeld niet meer schuin naar uw
computerscherm hoeft te kijken of wanneer u uw stoelzitting hoger of lager
zet. Warmte in de nek kan verlichting geven, evenals
ontspanningsoefeningen, rust of juist een stevige lichamelijke inspanning.
Een eind fietsen of wandelen helpt wel eens beter dan een pijnstiller.
Bij migraine en spanningshoofdpijn zijn ontspanning en een goede nachtrust
net zo belangrijk als medicijnen.
Voor alle soorten hoofdpijn kunt u een pijnstiller gebruiken. Maar doe dit niet te veel. Door regelmatig gebruik van pijnstillers kunt u juist weer hoofdpijn krijgen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als de hoofdpijn ondanks genomen maatregelen niet verdwijnt;
- als u een zware hoofdpijn krijgt die u niet eerder heeft gehad;
- als u zonder aanleiding een snel opkomende, heftige hoofdpijn krijgt, waarbij u zich erg ziek voelt;
- als u heftige hoofdpijn krijgt na een ongeval;
- als u informatie over het hoofdpijndagboek wilt of als u uw dagboek wilt bespreken.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Hooikoorts
Wat is het?
Hooikoorts is een vorm van allergie. Iemand met hooikoorts is overgevoelig voor bepaalde soorten stuifmeel van grassen, planten of bomen. Stuifmeelkorrels worden ook wel pollen genoemd. Zodra de ogen, neus, mond, keel of luchtpijp van iemand met hooikoorts in aanraking komen met het stuifmeel, raken de slijmvliezen geprikkeld. Dat kan veel klachten geven. De neus kan jeuken, waardoor u veel niest. U kunt ook last hebben van een verstopte neus of een 'loopneus'. Uw ogen kunnen jeuken, tranen of branderig aanvoelen. Uw keel kan droog en branderig zijn, waarbij u moet hoesten. Soms is er een kriebelhoest. Sommige mensen hebben een vol gevoel in hun hoofd. Ook een koortsig en moe gevoel kan het gevolg zijn.
Al deze klachten zijn niet altijd het gevolg van hooikoorts. U kunt ook allergisch zijn voor andere dingen, zoals katten of huisstofmijt.
De klachten treden op in de bloeitijd van grassen, planten en bomen. Bomen bloeien eerder dan grassen. Daarom krijgen mensen met een allergie voor boomstuifmeel al vroeg in het jaar (februari-maart) klachten, terwijl mensen met een allergie voor grasstuifmeel later in het jaar (mei-juni) last krijgen. Sommige mensen hebben het hele seizoen last van hooikoorts, anderen af en toe een dagje. Het stuifmeel verspreidt zich in de lucht, vooral op zonnige, winderige dagen. De hooikoorts kan dan erger worden. Activiteiten buitenshuis, zoals wandelen, fietsen en kamperen, kunnen dan veel klachten geven.
Waardoor komt het?
Elk mens vormt antistoffen tegen stuifmeel in zijn lichaam. Bij iemand met hooikoorts reageert het lichaam erg heftig zodra de slijmvliezen met het stuifmeel in aanraking komen. Er ontstaat een 'overdreven' afweerreactie, waardoor de slijmvliezen zwellen en meer slijm gaan produceren.
Het is niet bekend waarom sommige mensen allergisch zijn voor stuifmeel en anderen niet. In sommige families komt hooikoorts meer voor dan in andere. De aanleg voor hooikoorts is al bij de geboorte aanwezig, maar de klachten ontstaan pas in de loop der jaren. Na verloop van tijd nemen de klachten weer af. Hoe lang dat duurt, is niet te voorspellen.
Kan het kwaad?
Hooikoorts kan heel hinderlijk zijn, maar het kan geen kwaad. De klachten gaan altijd weer over zodra het stuifmeel uit de lucht verdwenen is.
Wat kunt u er zelf aan doen?
U kunt niets doen om hooikoorts te genezen. Wel kunt u proberen contact met stuifmeel zoveel mogelijk te vermijden.
- Houd er rekening mee dat vooral op zonnige en winderige dagen er veel stuifmeel in de lucht zit. Binnenshuis heeft u daar het minste last van. Gesloten ramen voorkomen dat het stuifmeel gemakkelijk binnenwaait.
- Draag buiten een zonnebril.
- In het 'hooikoortsseizoen' kunt u via radio of teletekst volgen of de weersomstandigheden gunstig of ongunstig zijn voor hooikoortspatiënten.
- Aan zee en hoog in de bergen zit minder stuifmeel in de lucht dan in het binnenland. U kunt proberen hiermee rekening te houden bij de keuze van uw vakantiebestemming.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u denkt dat u hooikoorts heeft en meer wilt weten over oorzaak en behandeling;
- als u wilt weten waarvoor u allergisch bent;
- als u hooikoorts heeft en ondanks voorzorgsmaatregelen toch klachten houdt.
Hyperventilatie
Wat is het?
Wanneer u gespannen of angstig bent, kunnen daardoor verschillende klachten ontstaan. Hyperventilatie is één van die klachten. Hyperventilatie wil zeggen dat u te snel of te diep ademt.
Waardoor komt het?
Ademhalen doen we vanzelf. We ademen zuurstof in en koolzuur uit. De ademhaling past zich aan bij wat we doen. Tijdens de slaap hebben we bijvoorbeeld niet zoveel zuurstof nodig, dus dan is de ademhaling rustig. Bij grote inspanning, zoals hardlopen, is meer zuurstof nodig, dus dan ademen we sneller.
Bij hyperventilatie is uw ademhaling van slag, vaak zonder dat u het zelf
beseft. U zit bijvoorbeeld in een stoel, maar ademt alsof u aan het
hardlopen bent.
Dat kan gebeuren wanneer u gespannen of angstig bent. Ook overbelasting of
oververmoeidheid kunnen een rol spelen. Het lichaam gaat hierdoor
stresshormonen aanmaken, zoals adrenaline. Het is dan alsof het lichaam
zich voorbereidt op een inspanning. U gaat vanzelf sneller ademhalen en uw
hart gaat sneller kloppen.
Angst en spanningen kunnen behalve hyperventilatie nog andere klachten veroorzaken. Voorbeelden zijn: benauwdheid, duizeligheid, flauwvallen, pijn op de borst, hartkloppingen, tintelingen, droge mond, hoofdpijn en misselijkheid.
Kan het kwaad?
De vele klachten die door angst en spanning worden veroorzaakt kunnen geen kwaad. Ook hyperventilatie is niet gevaarlijk. Het kan zijn dat u maar één keer in uw leven hyperventileert. De aanvallen met angst- en spanningsklachten kunnen echter ook regelmatig terugkeren. In beide gevallen kan de angst voor een nieuwe aanval blijven bestaan en dat kan uw leven beïnvloeden.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Er zijn enkele maatregelen die u kunt nemen om de genoemde angst- en spanningsklachten te voorkomen of te beëindigen.
-
Als u een aanval heeft of voelt aankomen, probeer dan rustig te ademen.
Neem bijvoorbeeld drie seconden om in te ademen en zes om uit te ademen.
Tel in gedachten langzaam mee: in-2-3-uit-2-3-4-5-6
in-2-3-uit-2-3-4-5-6
enzovoort. - Soms helpt het om uzelf af te leiden. Bijvoorbeeld door bij een aanval oefeningen te gaan doen zoals kniebuigingen of door hardop te gaan lezen.
- Probeer na te gaan waarom bepaalde situaties spanningen oproepen. Het kan zijn dat u zich niet van angst of spanningen bewust bent, maar dat u wel last heeft van de verschijnselen.
- Het kan helpen wanneer u opschrijft in welke situatie u de verschijnselen krijgt.
- Bespreek uw aantekeningen met iemand die u goed kent. Dat geeft misschien een andere kijk op de situatie.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u een beklemd gevoel op de borst heeft dat niet weggaat;
- als u erg benauwd bent en u denkt dat het niet door hyperventilatie komt;
- als de genoemde maatregelen die u zelf neemt, niet helpen.
Een insectensteek
Wat is het?
Muggen, vlooien, wespen, bijen, mieren, teken en steekvliegen zijn veel voorkomende insecten die bijten of steken. Insecten steken uit zelfverdediging of omdat ze zich voeden met menselijk bloed. Terwijl ze steken, brengen ze een giftige stof in de huid. Niet de prik zelf, maar het gif veroorzaakt jeuk, pijn of zwelling. Sommige mensen hebben veel last van een insectensteek, anderen merken er nauwelijks iets van.
Een mug, vlo of mier voelt u vaak niet steken. U merkt pas dat u gestoken bent als er een bultje ontstaat dat jeukt. Een steek van een bij, steekvlieg of wesp is pijnlijk en kan een flinke bult geven. Vooral een bijensteek geeft veel zwelling. Bijen laten hun angel in de huid achter als ze steken. Een teek blijft op de bijtplek zitten; het beestje laat pas los als het zich heeft volgezogen met bloed.
Kan het kwaad?
Bijna iedereen is wel eens geprikt door een insect en weet dat dat vervelend kan zijn. Maar de jeuk, zwelling en pijn gaan vanzelf weer over. Soms is iemand allergisch voor een bijen- of wespensteek. In dat geval kunt u er flink ziek van worden.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Als de angel van een bij is blijven zitten, moet u deze weghalen. Probeer
met uw nagel de angel eruit te schrapen. U kunt ook de stompe kant van een
mes of een pincet gebruiken. Soms hangt er nog een klein gifzakje aan de
angel. Pas dan op dat u niet in het zakje knijpt, want dan kan er eventueel
meer gif naar binnen spuiten.
Als de angel eruit is, kunt u het wondje spoelen en deppen met jodium of
alcohol.
Een vastzittende teek moet u meteen verwijderen. Pak de teek zo dicht
mogelijk op uw huid vast. Dit kan met uw vingers, maar het lukt het beste
met een splinterpincet. Leg de pincet plat op de huid, zodat u de teek bij
de kop kunt pakken zonder in het lijfje te knijpen. Trek hem vervolgens
voorzichtig uit de huid. Hierna het wondje goed wassen en desinfecteren met
jodium of alcohol.
Als er een stukje van de teek in de huid achterblijft, kan dat geen kwaad.
Dat zweert er vanzelf uit.
Bij jeuk, pijn en zwelling geeft een koude, natte doek verlichting.
Bij jeuk kunt u eventueel anti-jeukmiddeltjes gebruiken, zoals menthol
strooipoeder of een crème. Deze kunt u kopen bij de drogist of
apotheek.
Wanneer naar de huisarts?
Neem direct contact op met uw huisarts:
- als u in uw mond, tong of keel gestoken bent;
- als u gestoken wordt terwijl u overgevoelig bent voor insectensteken of er eerder flink ziek van bent geweest;
- als u direct nadat u gestoken bent last krijgt van benauwdheid;
- als u direct na de steek uitslag of zwellingen krijgt op een andere plaats dan waar u gestoken bent, bijvoorbeeld op uw oogleden of lippen.
Neem contact op met uw huisarts:
- als u na de steek jeuk over uw hele lichaam krijgt;
- als in de buurt van een tekenbeet na enkele dagen tot weken een lichtrode ronde vlek ontstaat die langzaam groter wordt;
- als u er koorts bij krijgt.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Jeugdpuistjes
Wat zijn het?
Jeugdpuistjes worden ook wel 'acne' genoemd. Bijna iedereen heeft wel eens
jeugdpuistjes gehad.
Meestal krijgen mensen de puistjes tussen hun vijftiende en
vijfentwintigste jaar, maar ze komen ook daarna nog voor. Sommige mensen
hebben er meer of langer last van dan anderen.
In de huid zitten miljoenen heel kleine kliertjes die talg maken. Talg is een vettige stof die via kleine openingen in de huid, de poriën, naar buiten komt. Talg vormt een beschermend laagje op de huid. Soms raken de talgkliertjes verstopt of ze gaan ontsteken. Dan ontstaat een mee-eter of een puistje. Acne zit meestal in het gezicht, maar soms ook op de rug, schouders of borst.
Waardoor komt het?
De opening van een talgkliertje kan verstopt raken, bijvoorbeeld door een propje ingedroogd talg of oude huidcellen. U ziet dan een klein zwart puntje in de huid, een mee-eter. Een verstopt talgkliertje kan ontsteken. Een puistje met een geel kopje is het gevolg. Het is niet bekend waarom de één wel last heeft van jeugdpuistjes en de ander niet. Bij jongeren in de puberteit zijn hormoonveranderingen vaak de oorzaak. Vrouwen krijgen soms meer puistjes rond de menstruatie.
Acne wordt erger door wassen met zeep, door aan de huid te peuteren, te drukken of te wrijven en door make-up. Acne kan ook toenemen door bepaalde medicijnen en door een combinatie van zonlicht en vochtige warmte. Sommige mensen werken met chemische stoffen die acne bevorderen.
Het is niet waar dat puistjes veroorzaakt worden door te weinig wassen, veel of weinig vrijen, masturberen, stress of door bepaalde voeding.
Kan het kwaad?
Acne is een onschuldige aandoening. Maar sommige mensen schamen zich ervoor. Acne gaat meestal na een paar jaren vanzelf over. Wel kunnen er soms littekens achterblijven.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Was uw huid met lauw water en zo min mogelijk met zeep. Dep uw huid voorzichtig droog; wrijven irriteert de huid.
-
Gebruik liever geen make-up op de plaatsen waar puistjes zitten. Als u
toch graag make-up wilt gebruiken, neem dan producten op waterbasis.
Verwijder make-up niet met een reinigingsmelk, maar met lauw water. - Blijf zoveel mogelijk van mee-eters en puistjes af. Uitknijpen of -drukken kan littekentjes of nieuwe puistjes veroorzaken. Wilt u mee-eters toch uitdrukken, gebruik dan een 'comedonen-lepeltje'. Dit is een soort lepeltje met een gaatje in het midden, verkrijgbaar bij de drogist. Mee-eters laten zich gemakkelijker uitdrukken, als u de huid even weekt met warm water.
- Er zijn veel middeltjes tegen jeugdpuistjes verkrijgbaar, maar ze helpen lang niet altijd. Wat bij de één wel lijkt te helpen, kan bij de ander de acne juist verergeren.
- Van middelen die benzoylperoxide of salicylzuur bevatten, is aangetoond dat ze werken. U kunt bij de apotheek of drogist een gel met 5% benzoylperoxide of een crème met 2% salicylzuur kopen. Verbetering ziet u pas na vier tot acht weken. In het begin van de behandeling kan de huid rood of schilferig worden.
- Hoewel het vaak genoemd wordt, is het nut van een dieet bij puistjes nooit aangetoond. De waarde van de hoogtezon bij puistjes is ook twijfelachtig.
Wanneer naar de huisarts?
Jeugdpuistjes kunt u zelf behandelen. Als de puistjes terug blijven komen of als u nog vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met uw huisarts.
Kaakholte-ontsteking
Wat is het?
In de bovenkaak, links en rechts van de neus, zitten ruimtes. Dit zijn de kaakholten. Deze holten staan via een gangetje in verbinding met de neus- en keelholte. Zowel de kaakholte als de neus- en keelholte zijn bekleed met slijmvlies.
Als u een kaakholte-ontsteking heeft, kan er veel snot uit uw neus of
achter in uw keel lopen. Het snot is meestal geel of bloederig en dik. De
ontsteking veroorzaakt vaak pijn in de bovenkaak of in de kiezen. Vooral
kauwen en voorover bukken doen pijn. U kunt zich ziek voelen en koorts
hebben.
Kaakholte-ontsteking wordt ook wel sinusitis genoemd.
Waardoor komt het?
Kaakholte-ontsteking begint meestal met een verkoudheid. Als u verkouden bent, ontsteekt het slijmvlies in uw neus en in de kaakholten. Slijmvlies vormt altijd een beetje slijm, maar bij een ontsteking zwelt het slijmvlies op en produceert het meer slijm dan normaal. Bacteriën kunnen de ontsteking erger maken. Slijm en snot kunnen niet goed weg uit de kaakholte omdat de zwelling van het slijmvlies de gangetjes naar de neus- en keelholte versmalt. Dit alles kan een drukkend en pijnlijk gevoel veroorzaken.
Kan het kwaad?
Meestal gaat een kaakholte-ontsteking binnen een paar dagen vanzelf over. Soms duren de klachten langer, maar ook dan geneest de ontsteking vrijwel altijd vanzelf.
Wat kunt u er zelf aan doen?
-
Uw neus druppelen met zout water kan verlichting geven. Voor de juiste
verhouding doet u één afgestreken theelepel zout in een
limonadeglas lauw water. Met deze 'neusdruppels' kunt u vier tot zes
maal per dag druppelen.
U mag deze druppels net zo lang gebruiken als u wilt.
U kunt ze ook kant-en-klaar kopen bij de drogist of apotheek. -
Ook kunt u neusdruppels of een neusspray kopen die de zwelling van het
slijmvlies verminderen (xylometazoline). Dat geeft soms wat verlichting.
Deze neusdruppels of -spray zijn verkrijgbaar bij de apotheek of
drogist.
U mag de neusspray of neusdruppels met xylometazoline maximaal een week en niet meer dan drie keer per dag gebruiken. - Een paar keer per dag stomen, geeft ook wel eens verlichting. Het heeft geen zin om stoffen als kamille of menthol aan het water toe te voegen. Sommige van deze middeltjes geven meer kans op irritatie dan op verlichting.
- Bij pijn kunt u een pijnstiller gebruiken, bij voorkeur paracetamol.
- Door roken duurt een kaakholte-ontsteking langer. Stop dus met roken.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u langer dan drie dagen koorts heeft (hoger dan 38ºC);
- als de pijn, ondanks pijnstillers, niet minder wordt;
- als u meer dan twee keer per jaar een kaakholte-ontsteking heeft.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Keelpijn
Wat is het?
Iedereen heeft weleens keelpijn. Soms heeft u alleen maar een vervelend gevoel, maar het kan ook zijn dat u moeilijk kunt slikken of praten. Vaak gaat keelpijn samen met verkoudheid.
Bij een ontsteking ziet het achter in uw keel meestal flink rood. Soms zijn er witachtige plekken of dik wit slijm te zien. De klieren in uw hals kunnen opgezet en gevoelig zijn. U kunt bij keelpijn ook koorts krijgen.
Waardoor komt het?
Keelpijn kan verschillende oorzaken hebben. Meestal is een ontsteking de boosdoener, maar het kan ook ontstaan door overbelasting van de keel. Roken, een rokerige omgeving, veel praten of schreeuwen vormen een belasting voor uw keel en kunnen irritatie veroorzaken.
Kan het kwaad?
Keelpijn is vaak hinderlijk maar kan zelden kwaad. Het gaat meestal binnen een week vanzelf over. Wanneer u uw keel voortdurend belast door roken, schreeuwen of veel praten, kan keelpijn wel eens langer duren.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Koud drinken of een waterijsje willen de pijn wel eens verzachten. Ook zuigen op een dropje kan de pijn verlichten. Speciale zuigtabletten zijn niet nodig. Drop werkt net zo goed.
- Gorgelen met kamillethee of zout water smaakt niet zo lekker, maar sommige mensen vinden er wel baat bij. U krijgt een juiste zoutoplossing als u in een glas warm water één theelepeltje zout oplost. Gorgeldranken uit de winkel werken niet beter, maar sommige mensen vinden ze minder vies smaken.
- Gun uzelf rust als u voelt dat u dat nodig heeft. Zeker als u koorts heeft en u zich niet lekker voelt. U doet er goed aan om vooral uw stem rust te geven. Dat wil zeggen: praat zo min mogelijk.
- Als de pijn erg hinderlijk is, kan een pijnstiller helpen. Voorbeelden van pijnstillers zijn: paracetamol, ibuprofen, diclofenac of naproxen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u na drie dagen nog steeds koorts heeft;
- als drinken of slikken niet meer gaat;
- als de keelpijn samengaat met huiduitslag in uw gezicht en op uw romp;
- als de keelpijn langer dan zeven dagen aanhoudt;
- als u steeds zieker wordt.
Bij kinderen is het nodig dat u direct contact opneemt met uw huisarts:
- als uw kind een erg zieke indruk maakt;
- als uw kind het benauwd heeft;
- als uw kind het speeksel niet kan wegslikken.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Kinderziekten met vlekjes
Wat zijn het?
Bijna ieder kind krijgt wel eens een ziekte die vlekjes of blaasjes op de huid geeft. Meestal gaat het om waterpokken, de vijfde ziekte, de zesde ziekte of roodvonk. Rode hond en mazelen komen in Nederland weinig meer voor. Bijna alle kinderen zijn ertegen ingeënt (de BMR-prik). Huiduitslag is niet altijd het gevolg van een kinderziekte. Uw kind kan bijvoorbeeld ook een allergie hebben.
Vlekjesziekten zijn besmettelijk. Na besmetting kan het één tot twee weken duren voor het kind ziek wordt. Voor er vlekjes te zien zijn, voelen kinderen zich vaak al niet lekker en hebben ze koorts. Dan kunnen ze al wel anderen besmetten. Kinderen die een bepaalde kinderziekte hebben gehad of daartegen zijn ingeënt, bouwen weerstand op tegen deze ziekte. Ze krijgen die ziekte dan niet meer, of in een milde vorm.
- Waterpokken begint met verkoudheid. Vervolgens krijgt het kind koorts en uitslag. Over het hele lichaam kunnen rode vlekjes en blaasjes ontstaan, zelfs in de mond, in het haar en op de oogleden. Door krabben kunnen de plekjes gaan ontsteken. Na enkele dagen verdrogen de blaasjes tot korstjes. Het kan twee weken duren voor de laatste korstjes weg zijn.
-
De vijfde ziekte begint met rode wangen met grillige roze-rode
vlekjes. De uitslag verspreidt zich naar romp, armen en benen en kan wat
jeuken. Er ontstaan steeds meer vlekken, zodat soms de hele huid
roze-rood is. Het kind kan ook koorts krijgen. Na tien dagen is de
uitslag meestal weer weg.
De vlekjes komen soms terug in de zon of na een heet bad, maar verdwijnen dan weer snel. - De zesde ziekte veroorzaakt hoge koorts. Soms zetten de klieren in de hals en achter de oren op. Na drie tot vijf dagen daalt de temperatuur. Er ontstaan kleine lichtrode vlekjes in het gezicht en later ook op de romp. De uitslag jeukt niet en trekt binnen één of twee dagen weg.
- Roodvonk begint met keelpijn en koorts. Kenmerkend is een zogenaamde 'frambozentong'. De tong wordt eerst wit en na drie dagen rood en dik. Op de derde dag wordt de huid roze en zijn er rode, ruwe puntjes op de borst te zien. De uitslag verspreidt zich over het hele lichaam, vooral naar de oksels en de liezen. De koorts begint na drie dagen te dalen. De uitslag verdwijnt enkele dagen later. Na twee tot drie weken wordt de huid schilferig, vooral op de handpalmen en voetzolen.
- Rode hond begint met opgezette klieren achter de oren. Na een dag ontstaan roze-rode vlekjes in het gezicht en achter de oren. De uitslag verspreidt zich over het hele lichaam. Soms zijn er zoveel vlekjes dat de hele huid rood ziet. Het kind kan last van branderige ogen hebben.
- Mazelen begint met verkoudheid: niezen, hoesten, rode ogen en koorts. Na drie dagen verschijnen er witte plekjes aan de binnenkant van de wang. De vierde of vijfde dag komen er paarsrode vlekjes in het gezicht en achter de oren. De vlekjes verspreiden zich naar romp, armen en benen en kunnen samenvloeien.
Waardoor komt het?
Roodvonk komt door een bacterie; de andere ziekten worden door virussen
veroorzaakt.
De virussen en bacteriën komen het lichaam binnen via de mond of de
neus. Ze zitten in het speeksel van iemand die besmet is, en in druppeltjes
die uitgehoest of uitgeniest worden. Ook via handen kunnen de virussen en
bacteriën zich verspreiden.
Kan het kwaad?
Kinderziekten zijn meestal onschuldig en gaan vanzelf over. Van roodvonk
kan een kind wel erg ziek zijn en hoge koorts en flinke keelpijn hebben.
Ook van mazelen kunnen niet ingeënte kinderen erg ziek zijn.
Als zwangere vrouwen rode hond of de vijfde ziekte krijgen, kan dit
gevaarlijk zijn. Deze ziekten kunnen het ongeboren kind beschadigen.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- U hoeft uw kind niet in bed te houden. Als uw kind zich erg ziek voelt, geeft het zelf wel aan dat het wil rusten.
- Ondanks de vlekjes mag uw kind gewoon in bad of onder de douche.
- Het is niet nodig de koorts te onderdrukken. Wel is belangrijk dat een kind met koorts regelmatig drinkt. In de folder 'Kinderen met koorts' vindt u meer tips.
- Zieke kinderen hebben vaak geen trek in eten, maar dat geeft niet.
- Als het kind zich erg naar voelt, kunt u het paracetamol geven.
- Bij jeuk kunt u bij de apotheek 'schudsel' kopen: een vloeistof tegen de jeuk. Deze vloeistof kunt u beter niet op open wondjes smeren.
- Als uw kind flink ziek is, houdt u het natuurlijk thuis. Maar een kind dat zich goed voelt, kàn naar het dagverblijf of naar school. Klasgenootjes hebben elkaar vaak al besmet voor de ziekte zichtbaar is. Andere ouders of personeel maken echter soms wel bezwaar.
- Vertel uw bezoek van tevoren dat uw kind een besmettelijke ziekte heeft.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u denkt dat uw kind rondvonk heeft;
- als u zwanger bent en in contact bent geweest met een kind met een vlekjesziekte.
Neem direct contact op:
- als uw kind erg ziek is;
- als uw kind suf wordt;
- als u bij uw kind puntvormige huidbloedinkjes ontdekt.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Kinderen met koorts
Wat is het?
Kinderen krijgen vaker en gemakkelijker koorts dan volwassenen. Er zijn nu eenmaal veel kinderziekten en andere infecties, waarop het kind met koorts reageert. Ouders zijn vaak erg ongerust als hun kind (hoge) koorts heeft.
We spreken van koorts als de lichaamstemperatuur hoger is dan 38ºC. Het beste kunt u de temperatuur meten via de anus (het poepgaatje). Het is voldoende éénmaal per dag de temperatuur te meten.
Waardoor komt het?
Koorts is een normale reactie van het lichaam op virussen of bacteriën
die een infectie veroorzaakt hebben. Vaak is er verkoudheid of griep in het
spel.
Het lichaam kan binnengedrongen virussen of bacteriën waarschijnlijk
beter bestrijden bij een hogere lichaamstemperatuur.
Kan het kwaad?
Koorts kan geen kwaad, ook hoge koorts niet. Koorts zelf is geen reden voor
ongerustheid en hoeft meestal niet behandeld te worden.
Als het lichaam de ziekte de baas is, daalt de temperatuur vanzelf weer.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Het is niet noodzakelijk de temperatuur te verlagen met medicijnen. U kunt wel andere maatregelen nemen als uw kind koorts heeft.
- Geef uw kind extra te drinken. Een ijslollie kan verkoeling geven. Kinderen met koorts hebben meestal geen zin om te eten. Dat is niet erg. Dwing het kind niet te eten.
- Een kind met koorts hoeft niet in bed te blijven, maar zorg er wel voor dat het genoeg rust krijgt. Meestal zoekt het kind zelf wel een plekje op waar het graag is. Het kind hoeft ook niet per se binnen te blijven.
- Zorg dat de ruimte waar uw kind is, niet te warm is. Leg uw kind niet onder veel dekens of een dik dekbed. Een lakentje is voldoende, want uw kind moet de lichaamswarmte kwijt kunnen. Als uw kind het koud heeft of rilt, dek het dan tijdelijk extra toe.
- Uw kind kan het beste dunne kleding dragen die losjes om het lichaam zit. Zo kan het kind de lichaamswarmte het beste kwijt.
- Een ziek kind heeft behoefte aan een veilige, vertrouwde omgeving. Geef uw kind wat extra aandacht als het daarom vraagt; doe bijvoorbeeld een spelletje of lees voor.
-
Kinderen die ouder zijn dan drie maanden, mogen paracetamol hebben als
ze zich erg ziek voelen of als ze pijn hebben. Vraag bij de apotheek of
drogist naar de juiste dosering.
(Als paracetamol niet helpt zegt dat niets over de ernst van het ziek zijn.)
Wanneer naar de huisarts?
Neem direct contact op met uw huisarts:
- als uw kind koorts heeft, zieker wordt en gaat overgeven;
- als uw kind koorts heeft, zieker wordt en ook nog diarree krijgt;
- als uw kind koorts heeft, zieker wordt en veel minder drinkt dan normaal;
- als uw kind koorts heeft en daarbij kreunt of huilt en niet te troosten is;
- als uw kind koorts heeft en steeds snel ademt of benauwd is;
- als uw kind koorts heeft en daarbij suf wordt of niet gemakkelijk wakker te krijgen is;
- als uw kind koorts heeft en en u bij uw kind puntvormige bloedinkjes ontdekt.
Ook als uw kind langer dan drie dagen koorts heeft, kunt u het beste even contact met uw huisarts opnemen. Is uw kind jonger dan drie maanden, bel dan de eerste koortsdag.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Een koortslip
Wat is het?
Een koortslip is een infectie van de huid op of in de buurt van de lippen. Er ontstaat een plekje dat jeukt, brandt of pijn doet. Het plekje zwelt op, wordt rood en er ontstaan kleine blaasjes. Na één of twee dagen drogen de blaasjes op en ontstaan er korstjes. Na ongeveer een week is de lip weer genezen. Een koortslip komt vaak terug, meestal op dezelfde plaats.
Waardoor komt het?
Een koortslip is lastig en pijnlijk, maar kan zelden kwaad. Een koortslip
is wel besmettelijk. Het herpesvirus dat in de vochtige blaasjes zit, kan
door zoenen of na aanraking met de vingers worden overgebracht. Zo kan het
virus ook in het oog of op de geslachtsorganen (vaginaslijmvlies, eikel of
voorhuid) terechtkomen en blaasjes veroorzaken. Pas als de blaasjes zijn
opgedroogd, kan er geen virus meer worden overgedragen. De blaasjes genezen
vanzelf (zonder littekens), maar kunnen af en toe terugkomen.
Baby's kunnen wél ernstig ziek worden na een contact met het
herpesvirus. Knuffel dus nooit een baby als u een koortslip heeft.
Kan het kwaad?
Een koortslip is lastig en pijnlijk, maar kan zelden kwaad. Een koortslip
is wel besmettelijk. Het herpesvirus dat in de vochtige blaasjes zit, kan
door zoenen of na aanraking met de vingers worden overgebracht. Zo kan het
virus ook in het oog of op de geslachtsorganen (vaginaslijmvlies, eikel of
voorhuid) terechtkomen en blaasjes veroorzaken. Pas als de blaasjes zijn
opgedroogd, kan er geen virus meer worden overgedragen. De blaasjes genezen
vanzelf (zonder littekens), maar kunnen af en toe terugkomen.
Baby's kunnen wél ernstig ziek worden na een contact met het
herpesvirus. Knuffel dus nooit een baby als u een koortslip heeft.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Raak de blaasjes niet aan. Was uw handen regelmatig, zeker wanneer u de
blaasjes per ongeluk toch heeft aangeraakt.
Het herpesvirus blijft altijd in uw lichaam zitten. Daar is niets tegen te
doen.
U kunt wel proberen te voorkomen dat u opnieuw een koortslip krijgt:
- Gebruik een goed beschermend zonnebrandmiddel voor uw lippen.
- Zorg voor een goede weerstand. Gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging en genoeg nachtrust zijn daarvoor belangrijk.
- Sommige mensen vinden het prettig om bij een koortslip vaseline of zinkolie op hun lippen te smeren.
Sommige mensen vinden het prettig om bij een koortslip vaseline of zinkolie op hun lippen te smeren.
Wanneer naar de huisarts?
Ga naar uw huisarts als de blaasjes na twee weken nog niet weg zijn of als de ontsteking zich uitbreidt. In dit laatste geval zijn er bacteriën in de blaasjes gekomen die nog een andere infectie hebben veroorzaakt. Dan is behandeling door uw huisarts nodig.
Lage rugpijn
Wat is het?
Lage rugpijn wordt ook wel 'spit' genoemd. Het komt veel voor. Sommige mensen krijgen het maar één keer, bij anderen komt het geregeld terug. De pijn zit onder in de rug, in het gebied tussen de onderste ribben en de billen. Vooral bewegen kan flink pijn doen. Van een stoel opstaan of uit bed komen, is dan een hele toer. Mensen met lage rugpijn bewegen hun rug zo min mogelijk. Soms kùnnen ze hun rug niet eens bewegen.
Waardoor komt het?
Lage rugpijn ontstaat waarschijnlijk door overbelasting van de rug: te vlug of te zwaar tillen of een verkeerde beweging maken. Uw rugspieren langdurig spannen, is ook een vorm van overbelasting. Mensen spannen hun rugspieren vaak zonder dat ze het in de gaten hebben.
Het is niet altijd duidelijk waardoor iemand rugpijn krijgt. Het kan zijn dat meerdere oorzaken tegelijk een rol spelen. Bijvoorbeeld een slechte lichamelijke conditie, veel autorijden en spanningen.
Kan het kwaad?
Lage rugpijn is erg vervelend, maar wordt meestal niet veroorzaakt door iets ernstigs. Oók niet als de pijn erg is. Het gaat bijna altijd vanzelf over. Langzamerhand krijgt u minder last en na een tijdje kunt u weer zonder pijn bewegen. Bij sommige mensen is de pijn binnen enkele dagen over, soms duurt het een paar weken.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Beweging zorgt ervoor dat u eerder van uw klachten af bent. Iemand met lage rugpijn moet in beweging blijven, ondanks de pijn. De pijn is geen teken dat er iets beschadigd is. Doe het wel rustig aan: wandelen, fietsen en zwemmen zijn goede activiteiten. Als de pijn minder wordt, kunt u uw bewegingen langzaam uitbreiden. Lang achter elkaar in dezelfde houding staan of zitten kunt u beter vermijden.
- Snel bukken of zwaar tillen is slecht bij lage rugpijn. Sjouwen met een zware boodschappentas of uw kind optillen, kunt u dus beter aan iemand anders overlaten.
- Draaien met de onderrug kunt u ook beter vermijden. Raap niet zittend iets van de grond op dat achter u ligt, maar sta op en buig door uw knieën. Opstaan uit bed doet u als volgt: eerst op uw zij rollen, liggend de benen over de rand slaan en dan uzelf met uw armen zijwaarts omhoog drukken.
- Warmte kan de lage rugpijn verzachten; neem bijvoorbeeld een warme douche of gebruik een infraroodlamp.
- Bedrust is meestal niet nodig, maar soms kan het niet anders. Blijf niet langer dan twee dagen in bed, anders wordt uw rug stijf. Om uw rug te helpen ontspannen, kunt u kussens onder uw knieën leggen.
- Pijnstillers kunnen helpen. Ze verminderen de pijn, waardoor u zich weer gemakkelijker en soepeler kunt bewegen. Gebruik bij voorkeur paracetamol. Als dat neit helpt, kunt u diclofenac, ibuprofen of naproxen proberen.
Hoe kunt u het voorkomen?
Er is altijd kans dat lage rugpijn terugkomt, maar als u de volgende adviezen opvolgt, loopt u minder risico.
- Zorg voor een goede conditie. Regelmatig wandelen, zwemmen of fietsen is heel goed om uw rug in vorm te houden. Bij een goede conditie hoort ook ontspanning; stress zorgt vaak voor een gespannen houding en dit vergroot de kans op rugpijn.
- Let op een goede houding. Loop en zit zoveel mogelijk rechtop. Neem een (hoge) stoel die uw rug steunt en waarop u recht zit. Ook wisselen van houding is van belang; de hele dag op dezelfde manier zitten of staan, geeft eerder problemen.
- Let op uw rug als u tilt. Dat wil zeggen: buig niet uw rug, maar zak door uw knieën als u iets optilt.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als de pijn, ondanks het opvolgen van de adviezen, ondraaglijk is;
- als de pijn uitstraalt naar uw been en tot onder uw knie voelbaar is;
- als u lage rugpijn heeft en daarbij een tintelend, branderig of doof gevoel in één van uw voeten of benen;
- als u lage rugpijn heeft en daarbij in één been minder kracht heeft;
- als u lage rugpijn heeft en u krijgt problemen met plassen;
- als er na zes weken nog steeds geen verbetering is opgetreden.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Luieruitslag
Wat is het?
Bijna alle baby’s hebben wel eens luieruitslag: een rode en geïrriteerde en soms kapotte huid. De uitslag zit vaak op de billetjes, maar kan ook zitten op andere plekken die bedekt worden door een luier.
Waardoor komt het?
Urine en ontlasting maken de huid week. Bovendien zitten in urine en ontlasting stoffen die de huid flink kunnen irriteren. Het wrijven van de luier langs de billen maakt dit nog erger. Als een baby lang een vieze luier omheeft, wordt de kans op schraalheid en irritatie groter. Vooral diarree kan een baby erge luieruitslag bezorgen.
Kan het kwaad?
Luieruitslag is niet gevaarlijk, maar uw baby kan er wel flink last van hebben en veel huilen. De huid kan erg geïrriteerd zijn. Vooral als kapotte plekjes weer met urine of ontlasting in contact komen, doet dat pijn.
Wat kunt u er zelf aan doen?
-
Het is belangrijk dat urine of ontlasting de billen zo kort mogelijk
irriteert. Daarom moet u een kind met luieruitslag vaak verschonen.
Vooral een poepluier moet zo snel mogelijk af. Gebruik dubbele katoenen
luiers of andere luiers die goed vocht opnemen. U kunt de billetjes bij
elke verschoning het beste schoonmaken met lauw water.
Gebruik bij luieruitslag geen zeep of geparfumeerde schoonmaakdoekjes; beide kunnen extra irritatie geven. - Bij irritatie of beginnende uitslag kunt u het beste de billen bij iedere verschoning met zinkzalf of zinkolie insmeren. Deze kunt u zonder recept bij drogist of apotheek kopen. Uw baby een tijdje met blote billen laten liggen, werkt ook prima.
- Spoel katoenen luiers na het wassen extra uit in water, waaraan u per liter een eetlepel azijn toevoegt. Dit verwijdert restjes zeep uit de luiers.
Wanneer naar de huisarts?
Met luieruitslag hoeft u niet naar de dokter. Meestal kunt u het probleem zelf oplossen met vaak verschonen, de billetjes droog houden en de huid insmeren met zinkzalf of zinkolie. Als de uitslag erger wordt en het kind pijn heeft, vraag dan de huisarts om een andere zalf of crème. Hiermee zijn de klachten meestal snel verholpen.
Maagklachten
Wat zijn het?
Brandend maagzuur, pijn boven in de buik, veel moeten boeren en een opgeblazen gevoel zijn maagklachten. De klachten komen vaak tegelijk voor. Brandend maagzuur wordt veroorzaakt door het omhoogkomen van de maaginhoud. Dat kan pijn achter het borstbeen en misselijkheid geven.
Waardoor komt het?
Alles wat u eet en drinkt gaat via de slokdarm naar de maag. Vlak voordat de slokdarm bij de maag komt, passeert de slokdarm het middenrif. De spieren van het middenrif zorgen ervoor dat maagzuur en voedsel dat in de maag zit, niet gemakkelijk terug kunnen naar de slokdarm. De maag produceert voortdurend maagzuur om voedsel te verteren. De binnenkant van de maag is bekleed met slijmvlies dat de maag beschermt tegen het scherpe maagzuur. Als het voedsel voldoende verteerd is, gaat het naar de dunne darm.
Maagklachten ontstaan vaak door te veel maagzuur; dat irriteert de maag. Vooral snel, veel of vet eten zorgt ervoor dat uw maag extra maagzuur maakt. Scherpe kruiden, citrusvruchten, veel koffie of alcohol zorgen ook voor meer maagzuur en bovendien voor irritatie van het maagslijmvlies. Sommige medicijnen, met name pijnstillers, kunnen het maagslijmvlies beschadigen. Ook door roken kan er een ontsteking of beschadiging van het maagslijmvlies ontstaan. Spanningen kunnen een rol spelen bij maagklachten. Soms liggen problemen ‘zwaar op de maag’ of zijn ‘moeilijk te verteren’.
Bij sommige mensen met maagklachten sluit het middenrif de maag niet goed af van de slokdarm. Het maagzuur kan dan in de slokdarm komen en het slijmvlies daar na irriteren.
Kan het kwaad?
Veel mensen hebben af en toe last van hun maag. Hoewel het vervelend is, kan het geen kwaad. Het gaat meestal vanzelf over. Als u voortdurend maagklachten heeft, is er misschien wel iets meer aan de hand. Het kan zijn dat u dan een ontsteking van het maagslijmvlies heeft.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Bij sommige mensen met maagklachten helpen de volgende adviezen.
- Eet niet haastig, maar neem de tijd en kauw uw voedsel goed.
- Eet niet te vet en neem kleine porties. U kunt beter zes kleine maaltijden per dag nemen dan drie grote.
- ’s Avonds laat eten geeft vaak klachten. Eet de laatste drie uur voor u naar bed gaat niet meer.
- Veel mensen verdragen bepaald voedsel slecht. Niet elke maag reageert hetzelfde. Als u geen maagklachten meer heeft, kunt u uitproberen waar u wel en geen last van krijgt.
- Koffie, sterke thee, alcohol en frisdrank met prik kunt u beter niet nemen.
- U kunt beter stoppen met roken.
- Spanningen zijn vaak moeilijk aan te pakken. Praten over uw problemen kan helpen om spanningen te verminderen.
- Als u vooral ’s nachts last heeft van brandend maagzuur of maagpijn, dan kunt u het hoofdeinde van uw bed tien centimeter omhoog zetten. Het maagzuur gaat dan niet zo gemakkelijk naar de slokdarm.
- De drogist of aptheker verkoopt middelen tegen brandend maagzuur en een opgeblazen gevoel.
- Lichaamsbeweging is niet alleen goed voor hart en bloedvaten, het stimuleert ook de maag en de stoelgang.
Wanneer naar de huisarts?
Neem direct contact op met uw huisarts:
- als u maagklachten heeft en plotseling heftige pijn boven in de buik of achter het borstbeen krijgt;
- als u bloed overgeeft;
- als uw ontlasting gitzwart is.
Neem contact op met uw huisarts:
- als u gedurende enkele weken elke dag maagklachten heeft;
- als de pijn of het branderige gevoel steeds erger wordt;
- als het eten moeilijk zakt;
- als u dagelijks zelf aangeschafte maagmedicijnen nodig heeft.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Menstruatie-pijn
Wat is het?
Sommige vrouwen hebben pijn vlak voor en tijdens de menstruatie. Meestal
gaat het om steken en krampen in de onderbuik. Vaak trekt de pijn ook naar
de rug of de benen. Sommige vrouwen hebben bovendien last van hoofdpijn,
misselijkheid, diarree, pijnlijke borsten, opgeblazen gevoel, duizeligheid
of moeheid. Soms zijn ze wat sneller verdrietig of geïrriteerd voor en
tijdens de menstruatie.
Deze folder behandelt alleen menstruatiepijn.
Waardoor komt het?
De menstruatie wordt door hormonen geregeld. Iedere maand komt er een eitje
vrij uit een van de twee eierstokken. Het slijmvlies dat de baarmoederholte
bekleedt, wordt dikker, zodat een bevrucht eitje zich daar kan innestelen.
Als er geen zwangerschap ontstaat, laat het slijmvlies los en komt het met
wat bloed naar buiten. De baarmoeder trekt zich regelmatig samen om het
slijmvlies af te stoten. Dat samentrekken geeft de krampen en steken vlak
voor en tijdens de menstruatie.
Waarschijnlijk zorgt een stof in het bloed ervoor dat de baarmoeder zich
samentrekt; deze stof heet prostaglandine.
Er is geen duidelijk verband tussen de hoeveelheid bloedverlies en pijn.
Vrouwen die weinig bloed verliezen, kunnen veel last van pijn hebben;
vrouwen die veel bloed verliezen, hebben soms helemaal geen last van pijn.
Kan het kwaad?
Menstruatiepijn is voor veel vrouwen erg vervelend, maar het kan geen kwaad.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Hier volgen enkele tips waarmee u de pijn mogelijk kunt verlichten.
- Zorg voor rust en ontspanning.
- Als de pijn ook uitstraalt naar uw rug, kunt u met oefeningen uw onderrug ontspannen. U kunt bijvoorbeeld oefeningen doen waarbij u de rug achtereenvolgens hol en bol maakt.
- Het geeft soms verlichting als iemand uw onderrug masseert.
- Leg een warme kruik op uw buik of onderrug of neem een warm bad.
- Bij sommige vrouwen vermindert de pijn na een orgasme.
- U kunt bij de drogist of apotheek zonder recept pijnstillers kopen. Paracetamol is een goede pijnstiller. Als paracetamol niet helpt, kunt u ‘diclofenac’, ‘ibuprofen’ of ‘naproxen’ proberen. Dat zijn middelen die de werking van prostaglandine verminderen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als de tips niet helpen en de pijn slecht te verdragen blijft;
- als u nooit menstruatiepijn heeft gehad en nu ineens wel;
- als de pijn anders aanvoelt dan gewoonlijk.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Moedervlekken
Wat zijn het?
Een moedervlek is een ophoping van bruine kleurstof in de huid. Iedereen heeft wel een paar moedervlekken. Vaak heeft u ze al van jongs af aan, maar ze kunnen ook later ontstaan.
Waardoor komt het?
Diep in de huid zitten zogenaamde pigmentcellen.
De ultraviolette stralen van de zon of de zonnebank zorgen ervoor dat de
pigmentcellen bruine kleurstof maken. Daardoor wordt uw huid bruin. De
meeste pigmentcellen zijn gelijkmatig over de huid verdeeld, maar op
sommige plekken zitten pigmentcellen extra dicht bij elkaar. Op die
plaatsen ontstaat een moedervlek.
Hormonen kunnen het ontstaan van moedervlekken bevorderen. Tijdens
zwangerschap en in de puberteit maakt het lichaam meer hormonen en daardoor
ontstaan dan soms nieuwe moedervlekken.
Kan het kwaad?
Moedervlekken geven bijna nooit problemen; óók niet als u ze
op latere leeftijd krijgt.
Een moedervlek kàn veranderen in huidkanker, maar dat gebeurt
uiterst zelden.
Wat kunt u er zelf aan doen?
U kunt niet voorkomen dat u moedervlekken krijgt.
Er bestaan geen zalfjes of andere middeltjes waardoor ze weggaan.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts bij één of meer van de volgende verschijnselen:
- als een moedervlek donkerder wordt;
- als de vorm verandert, bijvoorbeeld doordat de rand gekarteld wordt;
- als de rand of omgeving van de moedervlek rood ziet;
- als een moedervlek jeukt;
- als een moedervlek bloedt;
- als er een zweertje of korstje op de moedervlek zit.
Oogontsteking
Wat is het?
Het oogwit en de binnenkant van de oogleden zijn bekleed met een dun laagje
weefsel, dat we bindvlies noemen.
Bij een oogontsteking is meestal dit bindvlies ontstoken. De binnenkant
van de oogleden wordt diep rood en ook het oogwit wordt rood. Er kan slijm
of pus aan de binnenkant van de oogleden zitten. Daardoor kunnen de
oogleden aan elkaar vastplakken. Vooral ’s morgens als u wakker
wordt, zijn uw ogen dan moeilijk te openen.
Een oogontsteking geeft een branderig gevoel in een of beide ogen. U kunt
het gevoel hebben alsof er een vuiltje of zandkorreltje in uw oog zit. De
ogen kunnen tranen en jeuken.
Waardoor komt het?
Meestal wordt een oogontsteking veroorzaakt door een virus of bacterie. Daarnaast kan overgevoeligheid een rol spelen, zoals bij hooikoorts. Het kan ook zijn dat uw ogen overgevoelig zijn voor bepaalde soorten make-up. Onhygiënisch omgaan met contactlenzen vergroot de kans op oogontsteking. Ook lenzen te lang inhouden is niet goed. In de (hoogte)zon of in lasstralen kijken, zonder uw ogen te beschermen, kan eveneens een ontsteking geven.
Kan het kwaad?
Een oogontsteking kan veel pijn veroorzaken, maar is zelden gevaarlijk. Meestal is het binnen een week vanzelf genezen. Als de ontsteking het gevolg is van overgevoeligheid of een allergie, kan de ontsteking blijven bestaan zolang er contact is met de stof waarvoor u overgevoelig bent.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Als de oogleden aan elkaar vastgeplakt zitten, kunt u ze losweken en schoonmaken met een watje of gaasje dat u nat maakt met gewoon kraanwater. Strijk altijd van de buitenste naar de binnenste ooghoek.
- Het is niet goed om contactlenzen te dragen als een oog ontstoken is. Doe uw lenzen pas weer in als de ontsteking helemaal over is.
- Gebruik geen oogmake-up als een oog ontstoken is. Make-up kan een oogontsteking veroorzaken èn de genezing vertragen.
-
In sommige situaties is bescherming nodig om een oogontsteking te
voorkomen. Gebruik een speciale hoogtezonbril als u onder de hoogtezon
gaat en zet een zonnebril op als u lang in de felle zon bent.
Bij het lassen moet u altijd een lasbril dragen.
Wanneer naar de huisarts?
U moet direct contact opnemen met de huisarts:
- als u opeens slecht ziet en knipperen niet helpt;
- als uw oog erg pijnlijk is.
Neem contact op met uw huisarts:
- als er iets in uw oog zit wat u er niet uit krijgt;
- als de oogontsteking na drie dagen nog niet minder is geworden;
- als u vermoedt dat overgevoeligheid of allergie een rol speelt;
- als het hele oogwit rood ziet.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Oorpijn
Wat is het?
Bij een kind met oorpijn is bijna altijd het middenoor ontstoken. Soms komt
er etterig of bloederig vocht uit één of beide oren. Kinderen
onder de twee jaar hebben er vaak koorts bij.
Een kind kan behoorlijk ziek zijn van oorpijn, waardoor het niet goed eet
of slaapt. Een baby kan oorpijn hebben als hij huilend wakker wordt en naar
de oren grijpt of met het hoofd rolt.
Bij volwassenen wijst oorpijn meestal op een ontsteking van de huid van de
gehoorgang.
De gehoorgang kan rood en gezwollen zijn. Soms schilfert de huid of komt
er wat vocht uit het oor. Meestal ziet u er niets van, omdat de ontsteking
diep in de gehoorgang zit. Soms zijn de schilfering en roodheid al aan het
begin van de gehoorgang te zien. Mensen met een smalle gehoorgang hebben
vaker last van een ontsteking.
Waardoor komt het?
Het oor bestaat uit het buitenoor, het middenoor en het binnenoor. De oorschelp en de gehoorgang vormen het buitenoor. Buitenoor en middenoor worden door het trommelvlies gescheiden. De buis van Eustachius verbindt het middenoor met de neus-/keelholte.
Een ontsteking van het middenoor begint meestal met een verkoudheid. Dan zwelt het slijmvlies van de neus-/keelholte op. Hierdoor kan de verbinding tussen neus-/keelholte en middenoor (de buis van Eustachius) dichtgaan. Het middenoor is dan afgesloten. Virussen of bacteriën in het middenoor kunnen zich dan gaan vermenigvuldigen. Zo vormt zich een ontsteking, die vaak gepaard gaat met koorts. Door de ontsteking ontstaat vocht. Het vocht kan niet weg omdat de buis van Eustachius dichtzit. Door de ophoping van vocht komt er druk op het trommelvlies te staan en dat doet pijn. Soms breekt het trommelvlies open en loopt het ontstekingsvocht naar buiten. De pijn verdwijnt dan meestal snel. Het trommelvlies gaat daarna vanzelf weer dicht.
Een ontsteking van de gehoorgang wordt meestal door een bacterie of een schimmel veroorzaakt. Oorsmeer beschermt tegen ontstekingen, maar in een vochtige omgeving, zoals een zwembad, geeft het oorsmeer minder bescherming. Ook het schoonmaken van uw oren met een wattenstokje kan een ontsteking veroorzaken. Wattenstokjes duwen het oorsmeer vaak dieper de gehoorgang in. Er vormt zich dan een prop oorsmeer, waardoor het gehoor vermindert. In de broeierige ruimte achter de prop kan gemakkelijk een ontsteking ontstaan.
Kan het kwaad?
Bijna ieder kind krijgt wel eens een middenoorontsteking.
Het kind kan er last van hebben en er ziek van zijn, maar het is niet
gevaarlijk. Meestal zijn de pijn en de koorts binnen drie dagen verdwenen.
Binnen tien dagen is het oor weer helemaal genezen. Soms hoort het kind nog
een paar weken niet zo goed.
Ook een ontsteking van de gehoorgang kan weinig kwaad. Meestal is de gehoorgang binnen drie weken genezen.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Zieke kinderen moeten genoeg drinken. Dat geldt ook voor een kind met oorpijn. Het is niet erg als het kind niet wil eten.
- Tegen de pijn kan paracetamol helpen. Bij de drogist of apotheek kan men u vertellen wat de juiste dosering en de juiste vorm is (drankje, tablet of zetpil).
- U kunt bij de drogist of apotheek neusdruppels kopen die de zwelling van het neusslijmvlies verminderen. Hierdoor gaat de buis van Eustachius vaak weer open en kan het ontstekingsvocht weglopen. Gebruik deze druppels niet vaker dan drie keer per dag en niet langer dan zeven dagen achter elkaar.
- Gebruik geen wattenstokjes, lucifers of haarspelden om de gehoorgang schoon te maken. Dat kan irritatie en ontstekingen veroorzaken. Haal alleen zichtbaar oorsmeer weg.
Wanneer naar de huisarts?
Bij kinderen moet u contact opnemen met uw huisarts:
- als u vermoedt dat een kind, jonger dan twee jaar, oorpijn heeft;
- als een kind, ouder dan twee jaar, drie dagen oorpijn en koorts heeft;
- als uw kind voor de derde keer binnen een jaar oorpijn heeft;
- als er langer dan twee weken vocht uit een oor loopt;
- als een kind met oorpijn aldoor blijft huilen.
Volwassenen doen er goed aan contact op te nemen met de huisarts:
- als de oorpijn heftig is;
- als lichte oorpijn langer dan twee weken duurt.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Overgeven
Wat is het?
Alles wat u eet of drinkt, wordt door de spieren van de slokdarm en de maag
naar de darmen gebracht. Als u moet overgeven, werken deze spieren in
tegengestelde richting.
Wat in de maag zit, komt met golven naar buiten. Voor u moet overgeven,
voelt u zich meestal misselijk en beroerd. Overgeven is dan vaak een
opluchting.
Waardoor komt het?
Overgeven is vaak het gevolg van een infectie van de maag of darmen en gaat dikwijls samen met diarree. Zo’n infectie wordt meestal door een virus en soms door een bacterie veroorzaakt. Het kan zijn dat iemand u besmet heeft. Ook besmet water of bedorven voedsel kunnen u ziek maken.
Er zijn ook andere oorzaken voor overgeven, zoals veel stress, migraine of een hersenschudding. Evenwichtsstoornissen kunnen eveneens misselijkheid en braken veroorzaken; reisziekte is daar een voorbeeld van. Bij baby’s kan bijna elke ziekte, zelfs een verkoudheid, met overgeven gepaard gaan. Baby’s braken soms ook als ze te veel voeding hebben binnengekregen. Kinderen moeten soms bij hoestbuien overgeven.
Deze folder gaat vooral over braken door een infectie.
Kan het kwaad?
Overgeven kan in de meeste gevallen geen kwaad. Het is vaak een opluchting. Als de maag leeg is, komen maag en darmen meestal vanzelf weer tot rust.
Wel kunt u veel vocht verliezen als u vaak moet overgeven of als u ook diarree heeft. Als u te veel vocht verliest, kan uw lichaam uitdrogen. Dat kan gevaarlijk zijn. Om uitdroging te voorkomen moet u extra drinken. De ervaring is dat vooral baby’s en bejaarden snel kunnen uitdrogen.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Als u maar één of twee keer heeft overgegeven, kunt u rustig even afwachten. Laat de maag eerst tot rust komen voordat u weer gaat drinken of eten.
- Als u meerdere malen moet overgeven, kunt u veel vocht verliezen. Zorg dan dat u iedere vijf of tien minuten een slokje water of slappe thee drinkt. Daarmee voorkomt u uitdroging. Zodra het wat beter gaat, kunt u geleidelijk aan wat grotere hoeveelheden tegelijk drinken; u hoeft dan niet meer zo vaak te drinken. Als u zin heeft, kunt u weer gaan eten. Het maakt niet uit wat u neemt, eet gewoon waar u trek in heeft.
- Overgeven kan voor een kind een angstige gebeurtenis zijn. Blijf bij het kind en probeer het gerust te stellen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem direct contact op met uw huisarts:
- als u naast het overgeven heftige buikpijn heeft;
- als u suf of verward bent of de neiging heeft tot flauwvallen;
- als u een dag niet meer heeft geplast;
- als er bloed bij het braaksel zit;
- als u overgeeft nadat u bent gevallen.
Bij een kind, jonger dan twee jaar, dat overgeeft, moet u direct contact opnemen met de huisarts:
- als het erge buikpijn heeft;
- als er bloed bij het braaksel zit;
- als het overgeven is begonnen nadat het is gevallen;
- als het niet wil drinken;
- als het suf is of niet reageert zoals u gewend bent;
- als het een halve dag niet heeft geplast;
- als het ook diarree en koorts heeft.
Ook als uw baby na een voeding met een krachtige straal overgeeft en dit zich bij de volgende twee voedingen herhaalt, moet u naar uw huisarts gaan.
Zowel bij kinderen als bij volwassenen moet u even overleggen met uw
huisarts als het braken na een dag nog niet minder is geworden of als het
niet lukt om drinken binnen te houden.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt,
overleg dan met uw huisarts
Roos
Wat is het?
Roos is een aandoening waarbij veel huidschilfers op de behaarde hoofdhuid verschijnen. De kleine witte schilfers zitten vaak los in het haar.
Waardoor komt het?
De oorzaak van roos is niet bekend. Cellen van de hoofdhuid vernieuwen zich
voortdurend. ‘Oude’ cellen laten van de huid los.
Bij mensen met roos vernieuwen de cellen van de hoofdhuid zich twee keer
zo snel als normaal. Zodoende zijn er ook twee keer zoveel
‘oude’ cellen die loslaten. Daardoor ontstaan de schilfers.
Meestal neemt de werking van de kliertjes in de huid ook toe, waardoor er
meer talg en vet op de hoofdhuid komt. Het vet kan jeuk veroorzaken.
Kan het kwaad?
Roos kan geen kwaad en is niet besmettelijk. Het kan ook geen kaalheid veroorzaken. Meestal verdwijnt roos na enige tijd vanzelf, maar het kan altijd weer terugkomen.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Met een anti-roosshampoo kunt u het probleem vaak verhelpen.
Anti-roosshampoo bevat seleniumsulfide of zinkpyrithion; deze stoffen
remmen de snelle aanmaak van huidcellen.
Laat de shampoo vijf tot tien minuten inwerken en was uw haren er om de
paar dagen mee.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u slechts op een of enkele plekken in het haar schilfers heeft;
- als u ook schilfers op uw voorhoofd of in het gezicht krijgt.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Slaapproblemen
Wat zijn het?
Mensen slapen niet allemaal evenveel: de één heeft tien uur slaap nodig, de ander is na zes uur uitgerust. Bijna iedereen slaapt wel eens moeilijk in. Sommige mensen worden tussendoor of ’s morgens te vroeg wakker. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen die denken dat ze geen oog dichtdoen, toch een paar uur slapen. Een uur wakker liggen duurt voor het gevoel vaak de halve nacht. Sommige mensen vinden het vervelend om wakker te liggen, anderen hindert het niet. Medisch gezien spreken we pas van een slaapprobleem als iemand langdurig slecht slaapt en zich overdag moe, prikkelbaar of slaperig gaat voelen. Dagelijkse bezigheden lukken dan niet goed en concentreren is moeilijk.
Waardoor ontstaat het?
Er zijn verschillende oorzaken van slaapproblemen. Soms is de oorzaak overduidelijk: lawaai bij de buren, een snurkende bedgenoot of lichamelijke klachten zoals pijn, benauwdheid of jeuk. ’s Avonds veel of laat eten, doet uw nachtrust geen goed. Door koffie of sigaretten wordt de geest actief en dit belemmert het inslapen. Ook bezigheden laat in de avond, zoals sporten of vergaderen, kunnen u actief maken in plaats van ontspannen.
Werken in ploegendiensten en verre vliegreizen veroorzaken vaak slaapproblemen, omdat uw dag- en nachtritme verstoord wordt. Als u de ene dag laat en de andere dag vroeg naar bed gaat, doorkruist u dat ritme eveneens. ’s Morgens uitslapen vergroot de kans dat u de volgende nacht slecht slaapt. Ook leeftijd speelt een rol: op latere leeftijd neemt de behoefte aan slaap vaak af.
Emotionele gebeurtenissen, zoals het overlijden van een naaste of een conflict op het werk, hebben soms een slechte nachtrust tot gevolg. Ook spanningen die met iets prettigs te maken hebben, kunnen de slaap verstoren; bijvoorbeeld een naderende vakantie. Slecht slapen rond een emotionele of spannende gebeurtenis is normaal, maar soms blijven de slaapproblemen bestaan nadat de spanning verdwenen is. Dat kan komen doordat er angst is ontstaan om wéér niet in slaap te vallen. Hierover piekeren vergroot de kans dat u moeilijk inslaapt.
Soms is de oorzaak van slaapproblemen niet duidelijk. Mensen die wekenlang slecht slapen, herinneren zich vaak niet waardoor het begon. Sommige mensen hebben van jongs af aan periodes van slecht slapen, zonder duidelijke reden.
Kan het kwaad?
Af en toe ‘s nachts wakker liggen kan geen kwaad, al kan het wel vervelend zijn. Er is pas een probleem als slaapgebrek ervoor zorgt dat u overdag niet goed functioneert.
Wat kunt u er zelf aan doen?
U kunt verschillende maatregelen nemen om beter te slapen. De beste resultaten kunt u verwachten als u onderstaande tips een paar weken in praktijk brengt.
- Blijf overdag wakker. Ga iets doen als u dreigt in te dutten.
- Het kan helpen ’s avonds niet te veel te eten. Ook kunt u beter de laatste drie uur dat u op bent, niets meer eten. Sommige mensen slapen beter als ze ’s avonds geen koffie drinken. Cafeïnevrije koffie kan geen kwaad.
- Pas op met alcohol. Sommige mensen slapen gemakkelijk in met ‘een slaapmutsje’, maar door alcohol kunt u tussendoor wakker worden. Alcohol zorgt er bovendien voor dat u minder diep slaapt en dus niet zo goed uitrust.
- Zorg dat u zich het laatste uurtje voor u naar bed gaat, ontspant. Niet nog even snel de was ophangen of de administratie bijwerken. Ook televisie kijken houdt u actief. Ga liever ‘een blokje om’ of neem een warm bad. Ook vrijen kan ontspannend zijn en het inslapen vergemakkelijken.
- Als u op tijd naar bed gaat, hoeft u niet bezorgd te zijn dat u ‘uw uren niet maakt’. Een vast tijdstip van naar bed gaan en opstaan kan soms helpen.
- Als u last hebt van storende geluiden, zijn oordopjes misschien een oplossing. Ze zijn te koop bij de drogist.
- Sta op als slapen niet lukt en ga iets doen dat afleidt en ontspant, bijvoorbeeld naar rustige muziek luisteren.
Wanneer naar de huisarts?
Het heeft zin om naar de huisarts te gaan:
- als uw slaapproblemen komen door lichamelijke klachten;
- als u al wekenlang slecht slaapt en de adviezen niet helpen;
- als slecht slapen uw functioneren overdag verstoort;
- als u informatie wilt over een slaapcursus;
- als u slaappillen gebruikt en daarmee wilt stoppen; de huisarts kan u daarbij begeleiden.
De huisarts zal slaapmiddelen over het algemeen afraden, omdat ze weinig voordelen en veel nadelen hebben. Slaapmiddelen verlengen uw slaap weinig. Het lichaam went er snel aan en het bedoelde effect – goed slapen – verdwijnt binnen een paar weken. U kunt aan slaapmiddelen verslaafd raken en stoppen is dan moeilijk. Een bijwerking van slaappillen is sufheid overdag.
Seksueel overdraagbare aandoeningen
Wat zijn het?
Geslachtsziekten heten tegenwoordig soa: seksueel overdraagbare aandoeningen. Het is een verzamelnaam voor besmettelijke ziekten die zich voornamelijk verspreiden via seksueel contact.
Er zijn zo’n tien verschillende soa, waaronder gonorroe (een
druiper), aids, herpes en schaamluis.
De volgende verschijnselen kunnen wijzen op een soa:
- zweertjes of wratten op de penis, vagina, schaamlippen of anus;
- pijn bij het plassen of pijn in de anus;
- (ongebruikelijke) afscheiding uit de penis, anus of vagina;
- jeuk in het schaamhaar;
- geelzucht.
Niet iedereen merkt dat hij of zij besmet is; vooral vrouwen hebben soms weinig of geen klachten van een soa.
Waardoor komt het?
Bijna alle soa worden veroorzaakt door virussen of bacteriën. Deze
leven in bloed, sperma en vaginaal vocht. U kunt soa krijgen door te vrijen
met iemand die besmet is, als daarbij contact optreedt tussen mond, anus,
penis of vagina.
Schaamluizen kunnen zich al verspreiden als mensen bloot tegen elkaar aan
liggen of via het beddengoed.
Kan het kwaad?
Sommige soa hebben ernstige gevolgen als ze niet op tijd behandeld worden.
Bij mannen kan een soa bijvoorbeeld een zaadbalontsteking of een
prostaatontsteking veroorzaken. Bij vrouwen kan een ontsteking van de
eileiders of de eierstokken het gevolg zijn. Ontstekingen kunnen koorts,
pijn en een ziek gevoel geven. Op langere termijn kan onvruchtbaarheid het
gevolg zijn.
De meeste soa zijn goed te behandelen.
Wanneer naar de huisarts?
Het is van belang dat u meteen naar uw huisarts gaat als u klachten heeft die wijzen op een soa. Ook als u onveilig gevreeën heeft met iemand die besmet is, moet u naar de huisarts gaan. De gevolgen van een soa kunnen immers ernstig zijn. Bovendien kunt u anderen besmetten. Een soa gaat zelden vanzelf over, ook al zijn de klachten verdwenen. Veel mensen schamen zich voor een soa en vinden het moeilijk om naar de huisarts te gaan. Voor uw huisarts is het echter een aandoening waar hij of zij regelmatig patiënten op het spreekuur ziet. Vertel wat uw klachten zijn en zeg dat u denkt aan een geslachtsziekte.
Veilig vrijen
Door veilig te vrijen kunt u besmetting voorkomen. Voor de meeste soa geldt
dat knuffelen, (tong)zoenen, strelen, tegen elkaar aan liggen of elkaar met
de hand bevredigen veilig is. Het is niet veilig om elkaar met de mond te
bevredigen. U moet dan voorkomen dat u sperma of (menstruatie)bloed
binnenkrijgt.
Bij vormen van vrijen waarbij de penis in aanraking komt met de mond,
vagina of anus, moet altijd een condoom gebruikt worden. Condooms geven
bescherming omdat virussen en bacteriën er niet doorheen kunnen. Een
condoom gebruiken is niet moeilijk, maar u moet het wel op de juiste manier
doen. In de folder ‘Ik vrij veilig of ik vrij niet’ staat
duidelijk uitgelegd hoe u een condoom gebruikt. Deze folder is verkrijgbaar
bij de Gemeentelijke Gezondheids Dienst (GGD); daar zijn bovendien veel
andere folders te krijgen over soa, aids en veilig vrijen.
Natuurlijk kunt u zonder bescherming met uw vaste partner vrijen als u
zeker weet dat u beiden niet met soa besmet bent.
Voor het voorkomen van zwangerschap kunt u de folder ‘Voorbehoedmiddelen’ lezen.
Meer informatie?
Als u meer wilt weten over soa of veilig vrijen, kunt u informatie vragen bij:
- uw huisarts of de doktersassistente;
- de plaatselijke GGD, afdeling Infectieziekten: zie telefoonboek;
- de Rutgers Stichting, landelijk telefoonnummer 0900-9398;
- de AIDS-SOA-infolijn, 0900-2042040
Urineverlies
Wat is het?
Sommige mensen kunnen hun urine niet goed ophouden bij inspanning, zoals hoesten, niezen, lachen, springen of tillen. Anderen moeten plotseling plassen en kunnen dat niet ophouden. Mannen kunnen last hebben van ‘voor- of nadruppelen’. De medische term voor urineverlies is ‘urine-incontinentie’. De één overkomt het zo nu en dan, de ander heeft er voortdurend last van. Bij vrouwen komt het vaker voor dan bij mannen. Mannen hebben er vooral op latere leeftijd last van. Bij vrouwen kan het ook op jonge leeftijd voorkomen.
Waardoor komt het?
Urine wordt opgeslagen in de blaas tot deze vol raakt. Naarmate de blaas voller wordt, voelt u meer aandrang om te plassen. Rond de uitgang van de blaas zit een kringspier die de blaas afsluit. Zonder die kringspier zou u voortdurend urine verliezen. De blaas wordt op zijn plaats gehouden door de bekkenbodemspieren. Als u plast, ontspant de kringspier, de blaas trekt zich samen en de urine loopt naar buiten.
Bij urine-incontinentie werken de kringspier, de bekkenbodemspieren of de blaas niet goed. Oorzaken daarvan zijn onder andere bij vrouwen: zwangerschap en bevalling of verzakking van de baarmoeder. Bij mannen kan een vergrote prostaat of een prostaatoperatie de oorzaak zijn.
Kan het kwaad?
Urine-incontinentie kan geen kwaad, maar is wel erg vervelend. Veel mensen schamen zich ervoor of zijn bang dat anderen het ruiken. Sommige mensen drinken zelfs minder in de hoop geen urine te verliezen, maar dat is geen goede oplossing.
Wanneer naar de huisarts?
Veel mensen schamen zich zó voor het urineverlies, dat ze niet naar de dokter gaan. Dat is jammer, want bij incontinentie is het juist goed om naar de huisarts te gaan. De huisarts kan u informeren over incontinentie en behandeling. De klachten zijn vaak goed te behandelen. Er zijn oefeningen om de blaas of bekkenbodemspieren te trainen, waardoor u uw plas beter kunt ophouden. Daarnaast zijn er hulpmiddelen om de urine op te vangen. En in sommige gevallen kunnen medicijnen helpen.
Praktische tips
- Zorg dat u weet waar een toilet is als u buitenshuis bent.
- ’s Nachts kan het gemakkelijk zijn een po of fles in de buurt te hebben, vooral als u slecht ter been bent.
- U kunt beter niet bukken om iets van de grond te pakken. Daardoor raakt de blaas in de knel. Buig door uw knieën als u iets optilt.
- Sommige vrouwen voorkomen urineverlies tijdens het sporten door een tampon in te brengen. Een tampon vangt de urine niet op, maar kan helpen om de blaas beter af te sluiten.
Vaginale afscheiding
Wat is het?
Een andere term voor vaginale afscheiding is ‘witte vloed’. Vaginale afscheiding is een natuurlijk verschijnsel. De wand van de vagina en de baarmoederhals maken vocht en slijm en zo nu en dan komt daar wat van naar buiten. Normale afscheiding is vloeibaar, doorzichtig en witachtig. Als het opdroogt, wordt het een beetje geel. Gewoonlijk ruikt het wat zuur; het kan ook zonder geur zijn.
Soms heeft een vrouw klachten over haar afscheiding. Er kan meer afscheiding zijn dan normaal. Of de afscheiding is brokkelig. De kleur kan afwijkend zijn: groengeel of sneeuwwit. Het kan ook een beetje bloederig zijn. De geur kan ongewoon of zelfs vies zijn. Afscheiding kan jeuk, irritatie of een branderig gevoel in en rond de vagina veroorzaken. Plassen en vrijen doen dan soms pijn.
Waardoor komt het?
De ene vrouw produceert weinig afscheiding, de andere wat meer. De maandelijkse cyclus heeft invloed op de afscheiding. Rond de eisprong, die meestal tussen twee menstruaties in valt, is er meer vocht. Ook kleur en geur van de afscheiding wisselen onder invloed van de cyclus. Bij de meeste vrouwen zorgt seksuele opwinding voor extra vocht. Tijdens zwangerschap is er ook vaak meer afscheiding. De anticonceptiepil kan de afscheiding beïnvloeden. Ook leeftijd kan een effect hebben: na de overgang wordt de vagina droger.
Andere afscheiding dan u gewend bent, wordt vaak veroorzaakt door bacteriën of schimmels die normaal ook al in de vagina voorkomen. Door gebruik van zeep kan het aantal schimmels en bacteriën toenemen. Zo ontstaat een ontsteking. Schimmels kunnen zich extra vermenigvuldigen door een verminderde weerstand of gebruik van antibiotica. Tijdens zwangerschap is er meer kans op een schimmelinfectie door de hormoonveranderingen in het lichaam.
Ten slotte kunnen schimmels of bacteriën die niet thuishoren in de vagina, een ontsteking geven. Soms is afscheiding het gevolg van een geslachtsziekte. Tegenwoordig noemen we dat een seksueel overdraagbare aandoening (soa).
Kan het kwaad?
Over vaginale afscheiding hoeft u zich in de regel geen zorgen te maken. Andere afscheiding dan u gewend bent, kan meestal ook geen kwaad. Het gaat bijna altijd in één tot drie weken vanzelf over. Jeuk, veroorzaakt door de afscheiding, is wel vervelend. Soms is het gebied rond de vagina gezwollen en geïrriteerd.
Als de oorzaak van de afscheiding een seksueel overdraagbare aandoening is, kan het wel kwaad. U leest hierover meer in de folder ‘Seksueel overdraagbare aandoeningen’.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Klachten ontstaan eerder door te veel dan door te weinig hygiëne. Het is niet goed als er zeep in de vagina komt; was u daar dus niet met zeep.
- Veeg uzelf na de ontlasting altijd van voren naar achteren af.
- Het is niet bewezen dat inlegkruisjes en nylon slipjes een negatief effect hebben. Toch wordt vaak geadviseerd katoenen slipjes te dragen en geen inlegkruisjes te gebruiken. Dat voorkomt een ‘broeierig’ klimaat, waarin schimmels en bacteriën zich thuisvoelen.
- Krab bij jeuk zo min mogelijk. Het tere weefsel rond de vagina beschadigt gemakkelijk. U kunt zich beter een paar keer per dag alleen met water wassen en deppend afdrogen.
- Als de afscheiding onaangenaam ruikt, kunt u de vagina spoelen met een ‘melkzuuroplossing’. De melkzuuroplossing kan vaak helpen de normale toestand te herstellen. U brengt de melkzuuroplossing in met een zogenaamde irrigator. U kunt ook een gel met melkzuur in een tubetje kopen. Deze gel brengt u in de vagina in. Gel, melkzuuroplossing en irrigator zijn verkrijgbaar bij de apotheek.
- Vrijen terwijl de vagina nog droog is, kan het slijmvlies irriteren. Laat de vagina eerst vochtig worden of gebruik een glijmiddel bij het vrijen.
- Gebruik een condoom als u niet altijd met dezelfde partner vrijt, om een seksueel overdraagbare aandoening te voorkomen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u denkt dat u een seksueel overdraagbare aandoening heeft;
- als uw klachten erg hinderlijk zijn, steeds terugkomen of lang duren;
- als de afscheiding gepaard gaat met pijn in de onderbuik;
- als de afscheiding bloederig is (geen menstruatie).
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Verkoudheid
Wat is het?
Verkoudheid is een ontsteking van het slijmvlies in de neus-/keelholte. Ook het slijmvlies in de kaakholten kan ontstoken zijn. In de folder ‘Kaakholte-ontsteking’ leest u daar meer over.
Het slijmvlies produceert altijd een beetje vocht en slijm, maar als het
ontstoken is, zwelt het slijmvlies op en dan vormt het extra slijm.
Daardoor krijgt u bij een verkoudheid meestal een loopneus.
Andere klachten bij verkoudheid zijn: een verstopte neus, niezen, hoesten,
keelpijn, heesheid, hoofdpijn en soms oorpijn.
Kinderen krijgen hierbij soms koorts, volwassenen bijna nooit. Meestal
gaat een verkoudheid na één tot drie weken vanzelf over. Bij
kleine kinderen kan het wat langer duren.
Waardoor komt het?
Verkoudheid wordt door een virus veroorzaakt. Het verkoudheidsvirus verspreidt zich gemakkelijk in ruimten waar mensen dicht bij elkaar zitten en waar slecht geventileerd wordt. Een volle trein of bus, een school of kinderdagverblijf kunnen bijvoorbeeld een bron van besmetting zijn.
Kan het kwaad?
Verkoudheid kan geen kwaad. Verkouden kinderen mogen gewoon naar buiten.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- U kunt proberen besmetting te voorkomen. Houd uw hand of zakdoek voor uw mond als u niest of hoest, en was uw handen regelmatig. Zorg voor frisse lucht in huis.
- Als u verkouden bent, zijn de slijmvliezen in de neus- en keelholte geïrriteerd. Door sigarettenrook wordt de irritatie erger. Dit vertraagt de genezing. Stop dus met roken.
- Het geeft soms verlichting om een verstopte neus te druppelen met zout water. Voor de juiste verhouding lost u een theelepel zout op in een limonadeglas lauw water. Druppel vier tot zes maal per dag. Bij de drogist of apotheek kunt u deze druppels ook kant-en-klaar kopen.
-
Eventueel kunt u bij de drogist of apotheek neusspray of neusdruppels
kopen die het slijmvlies dunner maken (xylometazoline), waardoor u
gemakkelijker ademt.
Deze spray en druppels mag u drie maal per dag gedurende maximaal een week gebruiken. - Soms kan een paar keer per dag stomen verlichting geven. U hoeft geen kamille of menthol aan het water toe te voegen; dergelijke middeltjes kunnen de slijmvliezen irriteren.
- Er bestaan geen medicijnen tegen verkoudheid. Ook antibiotica helpen niet.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u verkouden bent en langer dan drie dagen koorts (meer dan 38ºC) heeft;
- als u benauwd bent of piepend ademt;
- als uw baby verkouden is en slecht drinkt;
- als uw verkouden baby suf is.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts.
Verstopping
Wat is het?
Verstopping wil zeggen dat de ontlasting minder vaak komt en harder is dan gewoonlijk. Niet iedereen heeft even vaak ontlasting. Sommige mensen hebben drie keer per dag ontlasting, anderen maar een paar keer per week. Verstopping wordt ook wel obstipatie genoemd.
Waardoor komt het?
Verstopping kan verschillende oorzaken hebben. U kunt bijvoorbeeld last van verstopping krijgen als er weinig vezels in uw voeding zitten. Vezels houden vocht vast en zorgen daardoor dat de ontlasting zacht blijft. Daarnaast stimuleren vezels de werking van de darmen. Ook weinig drinken of weinig lichaamsbeweging kan obstipatie veroorzaken. Bepaalde medicijnen werken stoppend; staalpillen zijn hier een voorbeeld van. Mensen die druk bezig zijn of last hebben van spanningen, wachten vaak met naar het toilet gaan. Ophouden maakt de ontlasting hard. Een keertje uitstellen is niet erg, maar als u vaak wacht met naar het toilet gaan, krijgt u op den duur last van verstopping. Er zijn ook mensen die vanaf hun geboorte last hebben van verstopping zonder dat er een oorzaak voor lijkt te zijn.
Kan het kwaad?
Verstopping kan vervelend zijn en een opgeblazen gevoel of buikkrampen veroorzaken. Verder kan het meestal geen kwaad.
Wat kunt u er zelf aan doen?
Met eenvoudige maatregelen kunt u verstopping vaak voorkomen of verhelpen.
- Eet vezelrijk voedsel. Er zitten veel vezels in volkorenbrood, zilvervliesrijst, aardappelen, groenten en peulvruchten. Ook sinaasappelen, pruimen en ongeschilde appels stimuleren de stoelgang. U kunt eventueel extra zemelen nemen; doe ze bijvoorbeeld in uw yoghurt. Zemelen bevatten heel veel vezels. Als u extra zemelen neemt, moet u wel voldoende drinken, anders zorgen de zemelen juist voor verstopping.
- Eet niet haastig en kauw uw eten goed.
- Drink minstens twee liter per dag. Begin bijvoorbeeld met een glas water ’s morgens op uw nuchtere maag.
- Ga direct naar het toilet als u aandrang heeft en neem dan rustig de tijd.
- Zorg voor voldoende lichaamsbeweging.
- Laxeermiddelen maken uw darmen lui en geven op den duur méér verstopping. Daarom kunt u beter geen laxeermiddelen gebruiken. Neemt u ze toch, doe dat dan nooit lange tijd achter elkaar. Beter is het om bijvoorbeeld gewoon wat extra sla-olie op uw rauwkost te doen; dat werkt ook laxerend.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als u twee tot drie weken last blijft houden van verstopping, terwijl u de genoemde maatregelen wel genomen hebt;
- als er slijm of bloed bij de ontlasting zit;
- als verstopping en diarree elkaar steeds afwisselen;
- als u naast verstopping ook minder eetlust krijgt of vermagert;
- als u vermoedt dat de verstopping door medicijnen wordt veroorzaakt.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts
Verstuikte enkel
Wat is het?
Het enkelgewricht vormt de verbinding tussen voet en onderbeen. Om het enkelgewricht zitten enkelbanden en een gewrichtskapsel; ook lopen er pezen langs. Enkelbanden, gewrichtskapsel en pezen houden voet en onderbeen bij elkaar en geven stevigheid aan het enkelgewricht.
Bij een verstuiking van de enkel rekken de enkelbanden uit, waarbij kleine scheurtjes ontstaan. Soms scheurt de hele enkelband. Bij zo’n verstuiking kunnen gemakkelijk bloedvaatjes stuk gaan, wat ervoor zorgt dat de enkel dik en blauw wordt. Een verstuikte enkel doet meestal zoveel pijn dat staan of lopen moeilijk gaat.
Waardoor komt het?
Door een onverwachte, verkeerde beweging kan de voet te ver naar binnen of
naar buiten omklappen. Gewricht en enkelbanden worden dan overbelast.
Sommige activiteiten geven meer kans op een verstuiking, bijvoorbeeld
zaalsporten of lopen op een hobbelig pad. Sommige mensen hebben regelmatig
last van een verstuikte enkel. Dat kan komen door slappe enkelbanden,
bijvoorbeeld doordat u de enkel al eens eerder verstuikt heeft.
Kan het kwaad?
Een verstuiking geneest bijna altijd vanzelf; ook als de enkelbanden gescheurd zijn. Wel kan de enkel na een verstuiking een paar maanden gevoelig of wat dikker blijven.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Begin zo snel mogelijk met koelen na de verstuiking. Dan wordt uw enkel niet zo dik en krijgt u minder pijn. Houd de enkel bijvoorbeeld een kwartier onder de koude kraan of leg er ijsblokjes tegenaan. Om te voorkomen dat de huid bevriest, kunt u een washandje om het ijs doen of uw sok aanhouden.
- Als uw enkel toch dik en pijnlijk is geworden, is een korte periode rust de beste behandeling. Loop zo min mogelijk tot de ergste zwelling weg is. Dit duurt meestal twee tot drie dagen.
- Uw voet omhoog leggen vermindert de zwelling. Uw enkel moet dan hoger liggen dan uw billen. Leg dus ook in bed een kussen onder uw voet.
- Probeer, om stijfheid te voorkomen, uw enkel regelmatig te bewegen.
- Probeer snel of het lopen weer gaat, maar doe bij pijn kalm aan. Eventueel kunt u een stevige zwachtel aanbrengen die niet veel rekt.
- Goede ‘warming up’ en training verminderen de kans op blessures. Mensen die hun enkel bij het sporten regelmatig verstuiken, moeten vooral de onderbeenspieren trainen. Het dragen van van een zwachtel geeft geen bescherming tegen een verstuiking.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met uw huisarts:
- als de enkel flink gezwollen is;
- als lopen of staan meteen na de verstuiking erg moeilijk of helemaal niet gaat;
- als pijn of zwelling na twee tot drie dagen helemaal niet minder wordt;
- als u vermoedt dat de enkel gebroken is, bijvoorbeeld omdat de stand van de voet abnormaal is.
Voetschimmel
Wat is het?
Schimmels zijn eigenlijk heel kleine plantjes. Alleen onder een microscoop zijn ze te zien. Voetschimmels groeien in de huid van de voeten, vooral tussen de tenen. Ze kunnen blaasjes, velletjes en kloofjes veroorzaken die jeuken of pijn doen. Voetschimmels groeien ook in en rond de teennagels. De nagels worden dan dik, geel en bros. De haren op de voet kunnen ook door schimmel worden aangetast en daardoor verkleuren. Sommige mensen noemen voetschimmel ‘zwemmerseczeem’. Dit is geen goede naam, want eczeem is iets anders.
Waardoor komt het?
Schimmels zitten bijna overal. Vooral in zwembaden en douches zijn ze veel te vinden. Uw huid komt dus regelmatig in aanraking met schimmels. Dat is niet erg, want een gezonde huid heeft een droog en vrij hard bovenlaagje dat tegen schimmels beschermt. Maar als deze bovenlaag door water of zweet zacht is geworden, kunnen schimmels de huid binnendringen. Door zwemmen en het dragen van sportschoenen of rubber laarzen kan de huid zacht worden.
Kan het kwaad?
Voetschimmel kan geen kwaad, omdat de schimmel alleen in de bovenste lagen van de huid groeit. De jeuk of pijn is wel hinderlijk. Bij sommige ziekten, bijvoorbeeld suikerziekte, heeft het lichaam minder afweer tegen schimmels. Deze kunnen dan dieper in de huid doordringen en infecties veroorzaken.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Was uw voeten dagelijks, liefst zonder zeep. Goed afdrogen is belangrijk, vooral tussen de tenen.
- Draag katoenen of wollen sokken; die nemen het best zweet op. Trek elke dag schone sokken aan.
- Draag open schoenen of schoenen die helemaal van leer zijn. Doe uw schoenen zo vaak mogelijk uit. Laat na het sporten uw schoenen goed drogen.
- Draag in het zwembad of onder de douche rubber of plastic slippers als bescherming tegen de schimmels.
- Jodium werkt goed tegen schimmels. Vraag bij de drogist of apotheek naar jodium waarin 10% Povidonjood zit. Smeer deze jodium op de plekken waar de voetschimmel zit en laat het even drogen voordat u weer sokken aantrekt.
- U kunt zonder recept een schimmeldodende crème bij de apotheek of drogist kopen. Breng de crème dun aan. Smeer ook wat rondom de plekken, want een schimmelplek is vaak uitgebreider dan u kunt zien. Zichtbare verbetering treedt meestal pas na ruim een week op. Nadat de klachten zijn verdwenen, moet u nog minstens één week door blijven smeren, anders komt de voetschimmel weer terug.
Wanneer naar de huisarts?
Maak een afspraak met uw huisarts:
- als de maatregelen die u zelf neemt, na drie weken geen verbetering geven;
- als de blaasjes, velletjes en kloofjes zich uitbreiden naar andere delen van het lichaam;
- als de huid rond de voetschimmel rood, warm en pijnlijk wordt.
Voorbehoedmiddelen
Wat zijn het?
Voorbehoedmiddelen dienen om zwangerschap te voorkomen. Dit wordt ook wel ‘anticonceptie’ genoemd. In deze folder worden verschillende voorbehoedmiddelen kort beschreven. De betrouwbaarheid van voorbehoedmiddelen is sterk afhankelijk van het juiste gebruik ervan. Het is belangrijk dat u een voorbehoedmiddel kiest dat bij u en uw situatie past.
Voorbehoedmiddelen voorkomen alleen zwangerschap. Om seksueel overdraagbare aandoeningen (geslachtsziekten) te voorkomen, moet u een condoom gebruiken.
-
De pil bevat hormonen die er voor zorgen dat er geen eicel
vrijkomt. Er kan dan geen bevruchting plaatsvinden. U slikt de pil drie
weken lang elke dag. Daarna stopt u een week. U hoeft de pil niet altijd
op hetzelfde tijdstip in te nemen; een paar uur verschil mag. De pil is
een zeer betrouwbaar voorbehoedmiddel. Een lichamelijk onderzoek is niet
nodig als u met de pil begint. De pil kan bijwerkingen hebben, zoals
tussentijds bloedverlies, gespannen borsten, misselijkheid,
gewichtstoename en humeurigheid. De bloeddruk kan door de pil wat
stijgen en wordt daarom gecontroleerd als u begint met de pil. Rokende
vrouwen die ouder zijn dan 35 jaar, hebben iets meer kans op hart- en
vaatziekten door de pil. Als een vrouw niet willen stoppen met roken kan
zij beter een ander voorbehoedmiddel kiezen.
-
De prikpil is een injectie die u eens in de drie maanden krijgt.
Ook hierin zit een hormoon dat de eisprong voorkomt. Het is een
betrouwbaar voorbehoedmiddel. Na de eerste prik kunt u wat meer of
onregelmatiger gaan menstrueren. Na de volgende injectie blijft de
menstruatie vaak helemaal weg. Een enkele keer kunt u onverwacht wat
bloed verliezen. Soms zijn er bijwerkingen, zoals gewichtstoename of
puistjes. Na het stoppen van de injecties kan het wel een jaar duren
voor u weer gaat menstrueren. In die periode bent u ook minder
vruchtbaar.
-
Het spiraaltje is een plastic ‘ankertje’ waar meestal
koperdraad omheen zit. Een arts plaatst het in de baarmoeder, waar het
enige jaren kan blijven zitten. Het spiraaltje voorkomt dat een
bevruchte eicel zich kan innestelen. Het spiraaltje is bijna net zo
betrouwbaar als de pil. Door het spiraaltje wordt de menstruatie vaak
pijnlijker en duurt de bloeding langer.
-
Het condoom is een rubber hoesje dat tijdens de gemeenschap om de
penis zit en het zaad opvangt. Zo kan geen bevruchting plaatsvinden. Een
condoom gebruiken is niet moeilijk, maar moet wel op de juiste manier
gebeuren. Het condoom is minder betrouwbaar dan de pil. Een zaaddodend
glijmiddel verhoogt de betrouwbaarheid. Sommige condooms zijn hier al
van voorzien. Gebruik desgewenst een (extra) glijmiddel op waterbasis,
bij drogist en apotheek verkrijgbaar. Gebruik géén olie,
vaseline of crème. Dat tast het rubber aan en dan is het condoom
niet betrouwbaar. Een groot voordeel van condooms is dat ze niet alleen
beschermen tegen zwangerschap, maar ook tegen seksueel overdraagbare
aandoeningen.
Er zijn ook ‘vrouwencondooms’. Dit is een zakje met twee ringen, dat voor de gemeenschap in de vagina wordt geplaatst en het zaad opvangt.
-
Het pessarium is een rubber kapje. Voor het vrijen wordt het met
zaaddodende pasta over de baarmoedermond geplaatst. De betrouwbaarheid
is afhankelijk van uw handigheid met het inbrengen. Het pessarium moet
na het vrijen acht uur blijven zitten. Dan heeft de zaaddodende pasta de
tijd om alle zaadcellen te doden. Het pessarium is er in verschillende
maten. De huisarts bepaalt door inwendig onderzoek welke maat geschikt
is. Na zwangerschap en gewichtsveranderingen van meer dan vijf kilo kan
een andere maat nodig zijn. U moet uw pessarium regelmatig controleren
op slijtage. Houd het tegen het licht en kijk of er geen dunne plekjes
in zitten. Een pessarium beschermt niet tegen seksueel overdraagbare
aandoeningen.
-
Sterilisatie is een betrouwbare manier om zwangerschap te
voorkomen. Sterilisatie van de man is een kleine en makkelijke operatie
die ongeveer een halfuur duurt. De zaadleiders worden doorgeknipt,
waardoor er geen zaadcellen meer in het sperma kunnen komen. Aan het
klaarkomen verandert niets.
Sterilisatie van de vrouw is een grotere ingreep, waarvoor een dag opname in het ziekenhuis nodig is. De eileiders worden in de buik afgeklemd zodat er geen eitjes meer door kunnen. Sterilisatie kan in principe niet meer ongedaan gemaakt worden.
-
Bij periodieke onthouding hebben man en vrouw geen gemeenschap in
de vruchtbare periode van de vrouw. Vrouwen zijn ongeveer vier dagen per
maand vruchtbaar. De vruchtbare periode waarin het eitje vrijkomt, valt
ongeveer twee weken vóór de menstruatie. Een eitje kan
echter vroeger of later dan ‘normaal’ vrijkomen. Periodieke
onthouding is daarom niet betrouwbaar.
- Terugtrekken van de penis vóór het klaarkomen is niet betrouwbaar; er komt vaak vóór het klaarkomen ongemerkt al wat zaad vrij.
Wanneer naar de huisarts?
Neem binnen 24 uur contact op met uw huisarts als u niet zwanger wilt worden en:
- u zonder voorbehoedmiddel heeft gevrijd;
- er iets fout is gegaan met uw voorbehoedmiddel.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw huisarts.
Wormen
Welke soorten zijn er?
Mensen kunnen last hebben van verschillende soorten wormen. Aarsmaden komen het meest voor. Het zijn witte wormpjes van één centimeter lang. Spoelwormen komen minder vaak voor. Ze lijken op crèmekleurige regenwormen. Lintwormen komen zelden voor. Ze bestaan uit een lint van rechthoekige witte stukjes van ongeveer één centimeter.
Als u goed kijkt, kunt u aarsmaden in de ontlasting zien bewegen. Spoelwormen en witte stukjes lintworm kunt u ook in de ontlasting zien. Er zijn nog andere soorten wormen. Ze zijn zo zeldzaam dat ze in deze folder verder niet genoemd worden.
Hoe krijgt u ze?
De besmetting met aarsmaden gaat altijd via het inslikken van de eitjes. De eitjes zijn zó klein dat u ze met het blote oog niet kunt zien. De eitjes worden vooral door kinderhandjes verspreid. De wormpjes zelf leven in de darm. Ze leggen hun eitjes rond de anus. Een kind krabt zich daar als het jeuk heeft en krijgt zo eitjes aan de handen. Van de handen komen de eitjes terecht op deurknoppen, speelgoed of op iemand anders. Als zo’n eitje aan de handen van iemand anders komt en die steekt een vinger in de mond, kan besmetting plaatsvinden. De eitjes komen via de mond in de darmen en kunnen daar uitkomen. Een kind kan zichzelf telkens opnieuw besmetten door rond de anus te krabben en daarna de vingers in de mond te steken.
Ook besmetting met spoelwormen gaat via het ongemerkt inslikken van eitjes. Eitjes van spoelwormen zitten in hondepoep, niet afgedekte zandbakken en soms op rauwe, ongewassen groente.
Eitjes van lintwormen komen in ons lichaam via rauw vlees, zoals filet americain, rauw gehakt en niet goed doorbakken biefstuk.
Kan het kwaad?
Wormen kunnen over het algemeen weinig kwaad.
De jeuk van aarsmaden rond de anus kan vervelend zijn. Vooral ‘s
nachts, want dan komen de wormpjes naar buiten om eitjes te leggen. Door
krabben kan de vagina en de huid rond de anus ontsteken. In het algemeen
geven wormen geen buikpijn.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Als iemand in het gezin aarsmaden heeft, kan een goede hygiëne de kans op besmetting verminderen. Handen wassen na toiletbezoek is belangrijk; u kunt hierbij het beste een nagelborsteltje gebruiken. Knip de nagels kort. Hang elke dag een schone handdoek op het toilet. Gebruik voor onder- en bovenlichaam aparte washandjes. Neem elke dag schoon ondergoed. Het is ook goed om regelmatig deurknoppen, wc-bril en speelgoed af te soppen.
- Aarsmaden verdwijnen vanzelf als er geen eitjes meer via de mond binnenkomen. Leg uw kind uit dat het niet rond de anus moet krabben, of dat het altijd de handen goed moet wassen als het toch gekrabd heeft.
- Als u kleine witte wormpjes in de ontlasting ziet, kunt u bij de drogist of apotheker een wormenkuur kopen. Kinderen en volwassenen hebben dezelfde dosering. U moet de kuur na twee weken herhalen. Als de wormpjes steeds terugkomen, moeten alle huisgenoten behandeld worden. Zwangere vrouwen mogen deze medicijnen niet gebruiken.
- Was groente goed en eet geen rauw vlees.
- Honden met spoelwormen moeten behandeld worden. In de dierenwinkel kunt u een kuur voor uw hond kopen.
Wanneer naar de huisarts?
Aarsmaden kunt u zelf behandelen. Als de maatregelen die u zelf neemt niet helpen, dan kunt u over leggen met uw huisarts. Als u of uw kind spoelwormen, lintwormen of een ander soort wormen heeft, kunt u het beste naar uw huisarts gaan. Als het mogelijk is, doe dan de worm in een potje en neem dit mee naar de dokter.
Wratten
Wat zijn het?
Er zijn verschillende soorten wratten. Iedereen kent de gewone wratten: ruw aanvoelende knobbeltjes die vooral op de handen voorkomen, maar ook op andere plaatsen kunnen zitten. Voetwratten zijn gewone wratten die in het eelt van de voetzool zitten. Door lopen worden voetwratten in de voetzool gedrukt; soms doen ze pijn bij het lopen.
Waterwratten zijn minder bekend. Ze zijn glad, klein en er zit een putje in. Waterwratten komen vooral bij kinderen voor en kunnen overal op het lichaam zitten.
Ten slotte zijn er nog wratjes op de geslachtsdelen. Deze kunnen door seksueel contact worden overgedragen. De wratjes zijn lastig maar gaan vaak vanzelf weer over.
Waardoor komt het?
Wratten worden veroorzaakt door een virus. Als dit virus in contact komt met uw huid, kunt u een wrat krijgen. Het is niet bekend waarom de één wel wratten krijgt en de ander niet. Het wrattenvirus komt overal voor, maar voelt zich vooral thuis in een vochtige omgeving zoals een zwembad. Ook in gymzalen kan het virus zich via blote voeten gemakkelijk verspreiden. Als u eenmaal een wrat heeft, kunt u er nog meer krijgen. Peuteren of bijten aan een wrat kan verdere verspreiding bevorderen. Als een kind op een vinger of duim zuigt waarop een wrat zit, dan kunnen er rond die plaats meer wratten ontstaan.
Kan het kwaad?
Wratten zijn onschuldig. Waterwratten gaan wel eens samen met irritatie en eczeem. Voetwratten geven soms pijn of last bij het lopen. De meeste wratten verdwijnen vanzelf binnen twee jaar. Een enkele keer blijven ze jarenlang zitten. Het is niet bekend waarom de één er snel van af is en de ander niet.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Draag schoenen of slippers in gymzalen en zwembaden; dat vermindert de kans op wratten.
- Als u wratten heeft, kunt u er het beste van afblijven. Als u aan wratten peutert, kunnen er meer ontstaan.
- Gewone wratten verdwijnen wel eens als u ze iedere dag aanstipt met wrattentinctuur. Dit is te koop bij apotheek of drogist. Bij waterwratten mag u geen wrattentinctuur gebruiken, omdat het vaak irritatie veroorzaakt; bovendien helpt het zelden bij waterwratten.
- Aan waterwratten hoeft u niets te doen. Als de huid rondom de waterwratten geïrriteerd is, kan smeren met een vette crème de irritatie verminderen.
- Bij wratjes op de geslachtsdelen kunt u ee condoom gebruiken om overdracht te voorkomen.
Wanneer naar de huisarts?
Wratten hoeven alleen maar behandeld te worden als ze last bezorgen. Sommige mensen vinden wratten erg lelijk en laten ze daarom weghalen. Als u twijfelt of een bobbeltje een wrat is, maak dan een afspraak met de dokter.
Wrattenspreekuur
Sommige huisartsen hebben een speciaal wrattenspreekuur. U kunt bij de praktijkassistente informeren of uw huisarts een wrattenspreekuur heeft. Tijdens dit spreekuur worden gewone wratten behandeld met vloeibare stikstof. De stikstof zit in een dampend vaatje. Een grote wattip gaat in het vaatje en wordt vervolgens op de wrat gedrukt. Stikstof bevriest de wrat en de huid eromheen, waardoor de wrat afsterft. Er ontstaat meestal een blaar die binnen een week verdwijnt. Bevriezing geeft dezelfde pijn als een brandwondje. Kinderen moet u daarop voorbereiden. Behandeling met stikstof helpt niet altijd en moet meestal herhaald worden.
Zonnebrand
Wat is het?
Bijna iedereen is wel eens verbrand door de zon.
Een lichte verbranding geeft een rode en pijnlijke huid. Bij een ernstige
verbranding ontstaan blaren en is de huid rood, gezwollen en pijnlijk. Als
een groot gedeelte van uw huid ernstig verbrand is, kunt u ziek worden en
last krijgen van koude rillingen, koorts, misselijkheid, braken, hoofdpijn
of hartkloppingen.
Waardoor komt het?
Zonnestralen stimuleren bepaalde cellen in de huid om pigment te maken.
Pigment is een bruine kleurstof die de huid tegen de zonnestralen
beschermt. Bovendien wordt de buitenste laag van de huid onder invloed van
de zon wat dikker. Ook dat beschermt de huid tegen de zon. Door deze
natuurlijke bescherming kunt u op den duur langer in de zon blijven, zonder
te verbranden.
Als u met een bleke huid lang gaat zonnen, geeft u uw huid niet de tijd
haar beschermende werking op te bouwen. U kunt dan verbranden.
Het verbrandingsproces in de huid gaat ook na het zonnen nog een tijdje
door. Door te verbranden wordt u beslist niet sneller bruin.
Hoe snel iemand verbrandt, hangt af van het huidtype. Het gevoeligst zijn mensen met een lichte huidskleur, rood(blond) haar en blauwe ogen.
Sommige medicijnen maken de huid overgevoelig voor zonlicht. U kunt dit in de bijsluiter lezen.
Kan het kwaad?
Verbranding door de zon is pijnlijk. Het duurt twee tot vijf dagen voor de huid zich hersteld heeft. Veel zon is slecht voor uw huid en geeft een snellere veroudering van de huid. Bovendien vergroot het de kans om op latere leeftijd huidkanker te krijgen. De meeste vormen van huidkanker die door zonnen ontstaan, zijn overigens goed te behandelen.
Hoe kunt u het voorkomen?
- Blijf niet te lang in de zon als uw huid nog niet aan de zon gewend is. Begin bijvoorbeeld met 20 minuten en bouw dat langzaam verder op.
- Houd er rekening mee dat zonnestraling tussen 11.00 en 15.00 uur het sterkst is. Water, strand en sneeuw weerkaatsen de stralen, zodat u sneller verbrandt.
- Baby’s kunt u beter uit de zon houden. Leg ze onder een parasol of gebruik een zonnehoedje.
- Een goede zonnebrandcrème is belangrijk om verbranding te voorkomen. Smeer minstens om de twee uur. Hoe hoger de beschermingsfactor, hoe langer u in de zon kunt blijven zonder te verbranden. Na het zwemmen moet u opnieuw insmeren. Voor kinderen die in het water spelen, is een waterbestendig zonnebrandmiddel handig.
- Gebruik bij overgevoeligheid voor zonlicht een ‘sun blocker’. Dat is een zonnebrandcrème die extra bescherming biedt.
- Een zonnebankkuur beschermt niet tegen verbranding. Het ultraviolette licht van de zonnebank geeft wel een bruin kleurtje, maar de buitenste laag van de huid wordt er niet dikker van. Na een zonnebankkuur kunt u nog steeds vrij snel verbranden.
Wat kunt u er zelf aan doen?
- Ga meteen uit de zon als u merkt dat u verbrandt.
- Koelen met natte doeken kan de pijn verlichten.
- Blaren moet u zo mogelijk heel laten.
- Een pijnstiller, zoals paracetamol, kan de pijn verlichten.
- Blijf minstens drie dagen uit de zon om uw huid te laten herstellen.
Wanneer naar de huisarts?
Neem direct contact op met uw huisarts:
- als een groot gedeelte van uw huid gezwollen is door de verbranding;
- als u veel blaren krijgt;
- als de verbranding gepaard gaat met ziekteverschijnselen zoals koude rillingen, koorts, misselijkheid, braken, hoofdpijn of hartkloppingen.
Wanneer er andere verschijnselen zijn waarover u zich zorgen maakt, overleg dan met uw huisarts